Simon Says:

En weer zullen de hillbilly’s op Trump stemmen

Vermoedelijk zal dit jaar president Trump worden herkozen. En ook dit keer zal dat waarschijnlijk mede dankzij de stemmen van de blanke arbeidersklasse komen.

Hoe is dat in hemelsnaam mogelijk? Een groepering die vroeger bijna automatisch links (Democratisch) stemde? Wie dat wil doorgronden, moet het boek lezen dat James David Vance vier jaar geleden schreef over de hillbilly’s, een groep blanke kansarmen uit de Amerikaanse Appelacheheuvels, waar hij zelf uit voort komt.

Ogenschijnlijk heeft hij zich er aan ontworsteld want oud-marinier Vance studeerde (met een beurs) rechten aan een van de meest prestigieuze universiteiten van de Verenigde Staten, Yale. Daar ontdekte hij dat hij er niet echt bij hoort. ‘Ik ben dan wel wit, maar ik vereenzelvig me niet met de WASP’s, de White Anglo-Saxon Protestants uit het noordoosten’.

Hillbilly’s betekent zoiets als ‘bergmensen’. Ze worden ook wel rednecks of whitetrash genoemd en het zijn de meest pessimistische groep Amerikanen. Ze zijn armer, slechter opgeleid, vaker werkloos, drinken meer en hebben meer echtscheidingen, huiselijk geweld en eenoudergezinnen dan andere Amerikanen.

Hillbilly’s hebben minder toekomstperspectief dan Latijns-Amerikaanse immigranten en zelfs minder dan zwarte Amerikanen. Meer dan de helft van de blanke hoogopgeleide Amerikanen, de zwarte Amerikanen en de latino’s denkt dat hun kinderen het beter zullen doen dan zijzelf maar bij de blanke arbeidersklasse is dat maar 44 procent. Zij zijn de slachtoffers van de mondialisering. Hun ouders werkten vroeger als arbeiders in de talloze industrieën maar veel fabrieken zijn failliet gegaan en de banen zijn verdwenen, naar Korea, Japan en Mexico.

Hillbilly’s zijn ook vaker verslaafd aan pijnstillers dan welke andere groepering ook. Correspondent Michael Persson maakte daarover een reportage in de Volkskrant. Kop en onderkop spreken boekdelen: ‘In deze harde, blanke wereld bieden alleen de pillen troost – Weggestopt in de woeste wereld van de Appalachen leven de armste blanken van Amerika. In mijndorpjes zonder toekomst. Waar de zelfmoordcijfers hoog zijn. En pillen de enige vorm van troost zijn.’

Let wel, dit schreef Persson al in januari 2016, toen bijna niemand in Europa had gehoord dat je hooked kon zijn aan pijnstillers zoals fentanyl – inmiddels heeft de verslaving de Atlantische oceaan overgestoken.

Europeanen kunnen zich sowieso moeilijk een voorstelling maken van hoe het is om een hillbilly uit fly-over country te zijn. Economen hebben in 2014 geconstateerd dat de Amerikaanse arbeidersklasse minder kansen heeft om omhoog te klimmen. Niet alleen minder dan andere Amerikanen maar ook minder dan Europeanen. De Amerikaanse droom (van krantenjongen tot miljonair) is makkelijker te verwezenlijken in Europa.

Interessant is hoe de inmiddels 36-jarige Vance over de voormalige president Obama schrijft. Ook dat is iets dat liberale Europeanen die nog steeds bijna zonder uitzondering verliefd zijn op Barack en Michelle Obama zich nauwelijks kunnen voorstellen. ‘Hij is briljant, schatrijk en spreekt als een staatsrechtgeleerde, wat hij natuurlijk ook is. Niets aan hem doet denken aan de mensen die ik in mijn jeugd bewonderde: zijn accent – puur, volmaakt, neutraal – is vreemd; zijn referenties zijn zo indrukwekkend dat het bijna eng is; hij heeft carrière gemaakt in Chicago, een dichtbevolkte metropool, en hij gedraagt zich met een zelfvertrouwen dat gebaseerd is op de wetenschap dat de moderne Amerikaanse meritocratie voor hem is ingesteld.’

‘Barack Obama raakt ons in onze grootste onzekerheden. Hij is een goede vader, terwijl de meesten van ons dat niet zijn. Hij draagt pakken naar zijn werk terwijl wij overalls dragen, als je al de mazzel hebt van een baan. Zijn vrouw zegt dat we onze kinderen bepaalde dingen niet te eten moeten geven en daarom haten we haar, niet omdat we vinden dat ze ongelijk heeft, maar omdat we weten dat ze gelijk heeft.’

J.D. Vance had een verslaafde moeder die aan de lopende band nieuwe vriendjes of echtgenoten had en weet dus waarover hij het heeft wanneer hij beschrijft hoe ontwrichtend echtelijke instabiliteit kan zijn. In Frankrijk heeft een op de tweehonderd (0,5 %) kinderen gedurende hun leven te maken met drie of meer partners van hun moeder, in Zweden 2,6 procent maar de absolute koploper is de Verenigde Staten met 8,2 procent (een op de twaalf). ‘En in arbeidersgezinnen is dat percentage zelfs nog hoger.’

Aardig detail is dat de in Silicon Valley rijk geworden Vance investeert in de arme heuvels waar hij vandaan komt. Michael Persson maakte enkele maanden geleden een fraaie reportage waarin Vance ook aan het woord kwam. Met andere geslaagde vluchtelingen uit de Rust Belt heeft Vance een investeringsfonds (met daarin 150 miljoen dollar) opgericht om Appelachia in de vaart der volkeren vooruit te helpen. Een van de projecten die zo konden worden gefinancierd waren hightech-tuinbouwkassen, geïnspireerd en geleverd door Nederland.

Dat Vance in Appelachia investeert, zal vast en zeker ook te maken hebben met de in het boek uitgesproken overtuiging dat het probleem van de hillbilly’s is dat ze zoveel uitkeringen van de staat ontvangen, die ze vervolgens omzetten in drank en pijnstillers. Het is een van de minder overtuigende observaties in een verder uitstekend boek (dat door Netflix verfilmd gaat worden) maar het maakt het raadsel des te groter waarom de hillbilly’s op Trump stemmen, die immers niet bepaald van de uitkeringen is.

Misschien is de beste verklaring wel dat je hillbilly’s niet moet beledigen. Volgens Vance is het de ‘taaiste mensensoort op aarde’. ‘Met een kettingzaag gaan we iedereen te lijf die onze moeder beledigt.’ En als iemand hen heeft beledigd dan was het wel WASP Hillary Clinton.

Ze noemde hen deplorables. Zoals Michael Persson onlangs in een terugblik schreef: ‘Clinton verklaarde niet alleen Trump zelf ongeschikt, maar ook 50 procent van zijn stemmers. Sterker nog, iedereen die zich een beetje sneu voelt, wordt met deze opmerking vanzelf naar dat mandje van Trump gestuurd.’

J.D. Vance, Hillbilly Blues – Een memoir over een familie en een cultuur in crisis, Nijgh & Van Ditmar, 2017