Simon Says:

Simon Says is een Amerikaans kinderspelletje. Het is ook de titel van mijn blog op deze site.

 

Zijn wij wel klaar voor het atoom? (11 november 2018)

Binnen een week is Nederland om. Nadat Arjan Lubach van de VPRO-televisie er vorige week zondag op had gewezen dat kernenergie buitengewoon veilig is en ook nog eens beter dan zon en wind in staat is om de CO2-uitstoot te verlagen, omhelsden Jan en alleman – zelfs de naar groen en links neigende columnist Bert Wagendorp van de naar links en groen neigende Volkskrant – opeens het atoom.

Het was amusant. Want Lubach zei niets dat niet al tientallen jaren door anderen (onder wie mijzelf) is gezegd en opgeschreven, bijvoorbeeld in Elsevier Weekblad. Maar omdat hij het zei, vanuit de naar groen en links neigende VPRO en misschien ook wel omdat de geesten rijp waren, kantelde het debat.

Hoe nu verder? Kernenergie kan leveren. In Californië is tussen 2004 en 2014 de hoeveelheid schone stroom per hoofd van de bevolking met 40 kilowattuur per jaar toegenomen (door zon en wind), in Duitsland met het dubbele (eveneens door zon en wind), in Frankrijk nam het in de jaren tachtig van de vorige eeuw met 450 kilowattuur per jaar toe, in Zweden met 650 – de beide laatste door kernenergie. Met andere woorden, CO2-afname kan met kernenergie vijf tot tien maal zo snel als met zon en wind.

Het atoom is dus klaar voor ons maar zijn wij ook klaar voor het atoom?

Ik volg kernenergie en het debat daarover al meer dan veertig jaar en heb mijn twijfels.

Voor de grootschalige acceptatie van kernenergie heb je een grote mate van rationaliteit, een goed geïnformeerde bevolking, genuanceerde, deskundige media en paniekbestendige bestuurders nodig. In de Westerse samenleving is dat steeds minder het geval. We zouden op weg moeten zijn naar de kennissamenleving maar regelmatig (sociale media, het debat over vaccins, het klimaatbeleid) lijkt het er op dat we ergens een verkeerde afslag hebben genomen, terug naar de irrationaliteit van de donkere Middeleeuwen.

Daarom was het ongeluk met de reactoren van Fukushima in 2011 zo fascinerend. Want de Japanse samenleving is een stuk rationeler. De mensen zijn intelligent, goed opgeleid, ze luisteren beter, ze kiezen hun leiders niet alleen omdat hun haar goed zit en er is meer vertrouwen in de autoriteiten.

En toch werd er absurd gereageerd in Japan. Er zijn vijf tot tienmaal zoveel mensen geëvacueerd dan op basis van de stralingsniveaus nodig was. Door de stress van de evacuatie en de paniekverhalen over straling in de media zijn naar schatting tweeduizend mensen overleden tegen officieel één door straling (door longkanker, waarbij je ook nog eens eerder aan andere oorzaken denkt).

En dat in het rationele, brave en gehoorzame Japan.

Wat als wij straks tien kerncentrales hebben en er ontsnapt ergens een klein wolkje radioactiviteit?

 

Er is gerontofobie in het klimaatdebat. (4 november 2018)

Het klimaatdebat vergroot de tegenstellingen in de samenleving. Die tussen arm en rijk bijvoorbeeld, of tussen laagopgeleid en hoogopgeleid. Plus die tussen jong en oud.

Salle Kroonenberg wees me daar als eerste op, bijna twee jaar geleden toen ik hem interviewde over zijn nieuwe boek, in zijn werkkamer in Haarlem, vol geologische monsters, zoals een kwartskristal waaruit witte wolkenkrabbers steken en een stuk Noors graniet met letters er op. Hij vertelde dat wanneer hij ergens een lezing geeft over klimaat jonge mensen vaak boos zijn omdat deze emeritus-hoogleraar geologie een wat andere invalshoek heeft dan ze gewend zijn.

De laatste tijd begint het op gerontofobie te lijken. Zo reageerde Rosanne Hertzberger (een intelligente microbioloog annex schrijver met wie ik het vaak eens ben) op een stuk dat twee emeritus-hoogleraren in Elsevier Weekblad hadden geschreven. Even los van de kwaliteit daarvan, Hertzberger kwam in NRC Handelsblad met een column waarin de volgende zinnen figureerden. ‘Ik google die klimaatsceptici in Elsevier, mannen van bijna 80 en bijna 90 jaar oud. Ooit succesvolle academici, nu in de vergetelheid zijn geraakt. Ik vertrouw ze voor geen cent. Zij zijn straks hartstikke dood, terwijl mijn jongens het einde van de eeuw gaan meemaken.’

Gerrit Hiemstra, weerman bij het tv-journaal, suggereerde op Twitter – half grappend maar wel degelijk serieus – dat alleen jonge mensen over klimaatbeleid mogen stemmen. ‘Naar mijn mening zouden alleen jongeren mogen beslissen over de maatregelen die moeten nemen om de klimaatverandering aan te pakken. Leeftijdsgrens bij 30 jaar. De toekomst is voor hen.’

In beide citaten zitten taalfouten die ik bewust heb laten staan, omdat ze suggereren dat er in haast is geschreven. Dat kan dan tevens een excuus zijn voor de gemaakte denkfouten.

Er zijn immers tal van voorbeelden van ouderen die wanneer ze gepensioneerd zijn en niet meer aan de belangen van hun werkgever hoeven te denken opeens van alles durven te zeggen wat ze daarvoor onder de pet hielden. Neem Robert McNamara, voormalig defensieminister van de VS, met zijn kritiek op het militair-industrieel complex. Daarvoor werd hij toegejuicht. Onze eigen Dries van Agt is op zijn oude dag ook veel stelliger, bijvoorbeeld over Israël, dan hij als minister durfde te zijn. Ook daarvoor krijgt hij (nou ja, in sommige kringen dan) veel applaus.

Wat een onzin dat ouderen zich niet om de toekomst bekommeren. Veel ouderen – zelfs ‘mannen van bijna 80 en bijna 90 jaar oud’ – hebben kleinkinderen en misschien achterkleinkinderen van wie ze zielsveel houden en die ze het allerbeste wensen, bijvoorbeeld een leefbare planeet plus een staatskas die niet is uitgeput door een absurd ineffectief klimaatbeleid.

Een achteloze en verspillende mentaliteit – après nous le déluge – is niet iets dat bij ouderen past maar juist bij jonge mensen. Althans, voor ze kinderen hebben. Jonge kinderlozen trekken zich van God noch gebod iets aan, zijn verantwoordelijk voor zinloos geweld, hooliganisme, corporale misdragingen, enzovoorts.

Zodra ze kinderen krijgen, worden het oppassende burgers. Als er iets is dat betrokkenheid bij het leven, de planeet en de toekomst stimuleert, dan is het nageslacht. Kinderen dan wel kleinkinderen. Het is ondemocratisch om mensen uit te sluiten van stemrecht (en Hiemstra beweert achteraf laf dat hij dat ook niet bedoelde) maar als er een categorie voor in aanmerking komt dan is het jonge mensen onder de dertig die nog geen kinderen hebben.

 

Gaat de jeugd echt het atoom omhelzen? (28 oktober 2018)

Ik durf het bijna niet hardop te zeggen maar soms heb ik moeite met jonge mensen. Ze weten niet wie Winston Churchill is, ze hebben zo’n zin om de wereld te verbeteren dat ze vergeten op welke punten (veel) het goed gaat, en ze hebben nog minder respect voor voorgaande generaties dan voorgaande generaties.

Gelukkig laat de jeugd je nooit echt in de steek. Sinds een paar jaar zijn jonge mensen op de hand van het atoom.

Dat is een Umkehrung aller Werte. Ik behoor tot de generatie studenten die reed in een lelijke eend met achterop een sticker ‘Kernenergie? Nee, bedankt’. In de jaren zestig en zeventig ontstond de eerste anti-kernenergiegolf, veroorzaakt door de verontrusting over milieu. Er groeide een nucleaire generatiekloof: oud is voor het atoom, jong tegen.

Vervolgens kwam in 1979 het eerste serieuze nucleaire ongeluk, in Three Mile Island, nabij Harrisburg. Een deel van de kern smolt, maar er kwam geen noemenswaardige radioactiviteit naar buiten en dus is niemand ziek geworden (anders dan van stress), laat staan gedood. Toch was dat ongeluk, boven op de aanzwellende antistemming, voldoende om de naoorlogse opmars van kernenergie tot stand te brengen.

Later stak het atoom nog een paar keer zijn kop op maar elke keer was er een ongeluk (Tsjernobyl in 1986, Fukushima in 2011), en deze keren wel aanzienlijk ernstiger dan TMI, zoals Three Mile Island in de wandeling werd genoemd. Tussen twee haakjes, nu staat TMI in jongerenjargon voor too much information.

In dezelfde periode, pakweg vanaf 1988 (de oprichting van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties), groeide de verontrusting over opwarming. Inmiddels heeft die een nieuwe generatiekloof gebaard: jonge mensen beschouwen klimaatverandering als hét probleem, oudere mensen niet.

Wie klimaatverandering als hét probleem beschouwt én kan nadenken, komt op een gegeven moment tot het inzicht dat zon en wind niet voldoende zijn. De enige manier om de CO2-uitstoot serieus omlaag te brengen is om weer kerncentrales te bouwen.

En dus zijn er steeds meer jonge mensen die het atoom omhelzen. Je ziet het op congressen over thorium, je ziet het bij de ecomodernisten. Mike Schellenberger, de Amerikaan die deze beweging (die allerlei oude standpunten heeft afgepoetst en als nieuw presenteert) heeft opgericht, houdt lezingen op hippe plekken als pakhuis De Zwijger. Onlangs was er een ´Nucleair Pride´ demonstratie in München, waar alweer veel jong volk rondliep. In het tv-programma Nieuwsuur kwamen ‘activisten’ aan het woord. Mensen die demonstreren vóór het atoom!

Er zijn meer signalen die wijzen op een comeback van kernenergie. Een daarvan is dat het eerder genoemde IPCC in zijn laatste rapport kernenergie niet meer uitsluit als weg om de uitstoot van CO2 omlaag te brengen. Een ander dat in de reportage van Nieuwsuur een jongedame van Greenpeace, tevens woordvoerder, toegeeft dat kernenergie geen CO2 uitstoot heeft.

Of het echt doorzet, moeten we overigens afwachten. Tot het plan op tafel ligt om in Nederland vijftien kerncentrales te bouwen.

 

Er is ook beschaafd seksisme en racisme. (21 oktober 2018)

Gisteren stond ik op de tennisbaan in Rhoon te kijken naar een gemengd dubbel. Dat is een van de weinige sportdisciplines (naast korfbal en golf) waar man en vrouw samen aan deelnemen. Het is leuk om naar te kijken én een les in hoe we als samenleving kunnen omgaan met verschillen tussen groepen mensen. Het is immers een biologisch feit dat mannen gemiddeld zo’n tien procent groter en gemiddeld zo’n tien procent sterker zijn. En dus kunnen mannen bij het tennissen in het algemeen een flink stuk harder slaan dan vrouwen.

In gemengd dubbel is daar een onuitgesproken regel voor uitgevonden: als man sla je minder hard op een vrouw. Ik heb vroeger zelf ook wel eens in een gemengd dubbel competitie gespeeld en aan gemengd dubbel toernooien meegedaan, dus spreek uit ervaring. Als man sla je sowieso al niet voluit op een vrouw en wanneer je het toch een keer doet, zorgen de afkeurende blikken in en naast het veld er wel voor dat je het een volgende keer uit je hoofd laat.

Een scherpslijper kan dit discriminatie en seksisme noemen. Vrouwen worden immers anders behandeld dan mannen.

Het gebeurt ook bij golf. Als een man en een vrouw vanaf dezelfde tee afslaan en de hole in evenveel slagen lopen, krijgt de vrouw daar meer punten voor. Dat komt omdat mannen gemiddeld verder slaan. Bij elke golfclub hangen tabellen waarop staat aangegeven hoeveel punten je met welk niveau (je ‘handicap’) op elke hole krijgt. Die tabellen zijn verschillend voor man en vrouw.

Het is algemeen geaccepteerd seksisme light, dat je misschien ook wel beschaving zou kunnen noemen. Iedereen vindt het normaal, niemand protesteert er tegen.

Als dit in elke samenleving geaccepteerd is, waarom doen we dan zo moeilijk over de verschillen die er zijn tussen andere groepen mensen? Die zijn ook nog eens kleiner dan die tien procent tussen man en vrouw.

Zodra iemand maar in de verte suggereert dat er bijvoorbeeld verschil in leervermogen zou bestaan tussen blank en zwart, zoals Yernaz Ramautarsing, kandidaat gemeenteraadslid voor Forum voor Democratie, deed, wordt hij door iedereen beschuldigd van racisme. Het is niet alleen ongenuanceerd, de beschuldigingen werken ook nog eens als een boemerang. Want D’66 bijvoorbeeld, dat voorop liep bij het kruisigen van Ramautarsing (en Thierry Baudet), kreeg deze week zelf het verwijt racistisch te zijn. D’66 wil meer diversiteit op de ministeries. Martin Bosma van de PVV betoogde de afgelopen week in de Tweede Kamer dat dit betekent: we willen minder blanken op het ministerie. Racisme!

Als het met het grote verschil tussen man en vrouw lukt, moet het toch ook kunnen met kleine verschillen tussen etnische groepen? Racisme light als exponent van beschaving. Zoals bijvoorbeeld Willem Vissers, de voetbalcommentator van de Volkskrant, deed na de wedstrijd Nederland-België. Hij wees er op dat het elftal weer een aangename mix van blank en zwart was. Natuurlijk gebruikt hij die woorden niet (we zijn met zijn allen – ik ook – aan het zoeken naar betere termen dan ‘blank, ‘zwart’ en ‘ras’) want dan was de politiek-correcte pleuris uitgebroken maar hij bedoelde het wel.

Het is allemaal zo opgefokt. Zowel ter linker- als ter rechterzijde. Eigenlijk zou iedereen die onterecht de beschuldigingen ‘racisme’ en ‘seksisme’ uit een euro moeten betalen. Dan is het tekort op de staatsbegroting gelijk gedicht.

 

Er is meer in het leven dan de opwarming van de aarde. (14 oktober 2018)

Als je de media volgt – de afgelopen week was er ophef over een nieuw IPCC-rapport en ook steunde het Haagse gerechtshof de eis van klimaatactiegroep Urgenda – ben je geneigd te denken dat er maar één wereldprobleem is: de opwarming van de aarde. Onzin natuurlijk. Het wemelt van de problemen en de dreigingen.

Er zijn de door vrouwen ongewenste intimiteiten (#metoo), er is dierenwelzijn, er is racisme en discriminatie, er is zwarte Piet, er is wereldwijd terrorisme, er is de vraag hoe we moeten omgaan met ons verleden (slavernij en genocide), er is een steeds onaangenamer wordende politieke islam, er is de afnemende biodiversiteit, er is een uit de hand lopende emigratie vanuit Afrika naar Europa, het machtigste land op aarde heeft een rare president, mensen beneden de 30 kunnen niet meer spellen en weten niet wie Winston Churchill was, en zo kan ik nog wel even een kwartiertje doorgaan.

En toch krijg je regelmatig de indruk dat er maar één serieus probleem is en dat is dat we alhier op zondag 14 oktober nog steeds op een terrasje kunnen zitten met een overheerlijke Triple ‘d Anvers in de hand, waar we eigenlijk de schaatsen uit het vet hadden moeten halen.

Dat komt deels omdat de Verenigde Naties de klimaatcommotie handig regisseert. Voor alle bovengenoemde wereldproblemen bestaat geen VN-organisatie. Er is geen HAI (How About Islam), er is geen HAOM (How About Obtrusive Men), er is geen YPDKS (Young People Don’t Know Shit), er is geen WATD (What About The Dodo and other disappearing animals). Er is alleen maar het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change). Sinds dat in 1988 is opgericht door de Verenigde Naties met de uitdrukkelijke bedoeling om enerzijds kennis over het klimaat te bundelen en anderzijds regeringen te beïnvloeden, is de wereld in de ban van opwarming door toedoen van de mens. Met elk rapport dat eens in de vijf tot zes jaar wordt uitgebracht, groeit de gekte.

Daarbij worden de verhoudingen wel eens uit het oog verloren. Sta me toe één voorbeeld te geven.

De afgelopen jaren zijn we in Nederland – mede onder invloed van actiegroepen als Wakker Dier en de Partij voor de Dieren – overgestapt van de batterijkip naar de scharrelkip, de vrije uitloop-kip, de organische kip, de biologische kip, de langzaam groeiende kip en zo kan ik nog wel een kwartiertje doorgaan. Dat komt omdat we met zijn allen in Nederland een groot belang hechten aan dierenwelzijn. Ik denk dat dit voor driekwart misleiding en indoctrinatie is, maar dat doet er niet toe. Het is gebeurd en het is gebeurd omdat de consument het wilde.

De afgelopen week mocht ik dagvoorzitter zijn bij een mini-symposium over de wetenschap van de kip en het ei. Ik ontdekte, luisterend naar diverse deskundigen, dat alle veranderingen slecht hebben uitgepakt voor de CO2-uitstoot. Als je kip wilt eten en tegelijkertijd de opwarming van de aarde wilt tegengaan, kun je het beste de oude batterijkip herintroduceren.

Gaan we dat doen? Nee natuurlijk niet (alhoewel het van mij zou mogen).

Het merendeel van de Nederlandse bevolking zou nooit meer terug willen naar het batterij-eitje. Dat komt omdat ze in de gaten hebben dat er meer in het leven is dan alleen maar opwarming van de aarde.

 

Wil de echte klimaatdeskundige opstaan! (7 oktober 2018)

Veel mensen die in Nederland met nauw verholen weerzin ‘klimaatscepticus’ worden genoemd zijn emeritus-hoogleraren, voormalige researchdirecteuren van multinationals, enzovoorts. Neem Salomon Kroonenberg. Gerenommeerd geoloog, emeritus, staat van dienst in een gebied waar veel kennis bestaat over het klimaat in het verleden. Zodra hij in een interview of boek iets over het huidige klimaat beweert, komt steevast als reactie: geen ‘echte klimaatdeskundige’.

Laten we het eens omdraaien. Zo had de Volkskrant op 12 september een kop: ‘Klimaatdeskundigen: stop met polderen over klimaatakkoord.’ Van alle ‘klimaatdeskundigen’ in dat artikel was er geen één een echte klimaatdeskundige – iemand die artikelen publiceert over het klimaat. In het bewuste stuk speelde Klaas van Egmond, hoogleraar milieukunde en duurzaamheid, een belangrijke rol. Nou ken ik die uit de tijd dat hij bij het RIVM over zure regen schreef. Je zou hem zure regen-deskundige kunnen noemen maar hij is zeker geen klimaatdeskundige.

Idem voor de anderen die in dat stuk als ‘klimaatdeskundigen’ werden opgevoerd. Jan Paul van Soest verdient geld door bedrijven te adviseren om windmolens en zonnecellen aan te schaffen. Geen klimaatdeskundige. Jan Rotmans is hoogleraar transitiekunde. Geen klimaatdeskundige. Derk Loorbach is hoogleraar energietransitie. Geen klimaatdeskundige. En dan werden ook nog drie directeuren en campagneleiders van de milieubeweging opgevoerd. Geen klimaatdeskundigen.

In die andere groene kwaliteitskrant, Trouw, zijn de afgelopen jaren open brieven afgedrukt van negentig hoogleraren die vonden dat de regering meer windmolens, zonnecellen en oplaadpalen moest plaatsen. Dat waren zonder uitzondering hoogleraar sociologie, innovatie, duurzaamheid, transitie, theologie of filosofie. Geen klimaatdeskundigen.

Idem voor het IPCC, het VN-panel dat eens in de paar jaar rapporten over de opwarming van de aarde produceert. Veel mensen die bij dat circus zijn betrokken, zijn geen klimaatdeskundigen. Neem dr. Bert Metz. Ook die ken ik, uit de tijd dat wij beiden aan de TU Delft studeerden – ik organische chemie, hij biotechnologie. Metz was jarenlang onderhandelaar voor Nederland over klimaatverdragen, zit in allerlei organisaties en wordt vaak opgevoerd als klimaatdeskundige – bijvoorbeeld door GroenLinks, wanneer die partij weer eens behoefte heeft aan iemand die zegt dat er meer windmolens, zonnecellen en oplaadpalen moeten komen. Metz is een man met een grote staat van dienst maar geen klimaatdeskundige.

Met andere woorden, hoort u op tv of leest u in de krant dat een ‘klimaatdeskundige’ vindt dat er meer windmolens, zonnecellen en oplaadpalen moeten komen, dan is de kans groot dat het geen echte klimaatdeskundige is.

 

Nederlandse antirookbeleid kost duizenden levens. (30 september 2018)

Een omvangrijk deel van de Nederlanders die nu nog roken, is alleen met bovenmenselijke inspanning in staat om te stoppen. De roker is de maatschappelijke ladder afgedaald, stelt Karl Lund, onderzoeker bij het Norwegian Institute of Public Health. Gechargeerd: alleen de zielepieten (mijn woorden, niet de zijne) roken nog.

Het is wel erg hardvochtig om tegen hen te zeggen: roken is ongezond, stop er maar mee en als u het moeilijk heeft, neem een pil of pleister. Juist deze groep is gebaat bij de elektronische sigaret (‘dampen’). Die kent maar 5 procent van het risico van de gewone sigaret, zo staat inmiddels vast. Probleem 1: 5 is meer dan 0. Probleem 2: de overheid vreest dat jonge mensen denken ‘oh, die e-sigaret mag dus wel?’ en vervolgens over stappen op de real thing.

En dus behandelt de Nederlandse overheid de e-sigaret (en andere alternatieven) als gewone sigaretten. De prijs is hoog, er mag geen reclame voor worden gemaakt en je mag ze nergens gebruiken.

Ik ken in mijn omgeving diverse mensen die lang verslaafd waren aan sigaretten, tig pogingen deden om te stoppen maar daar pas in slaagden toen ze overstapten op de e-sigaret of een ander alternatief, zoals de iqos. Sindsdien ziet hun huid er beter uit, ze hoesten minder, hebben een betere conditie en een betere levensverwachting. Dat wens je als overheid toch iedereen toe? Je geeft hen die maar niet van het roken afkomen toch niet op?

Het stimuleren of tolereren van minder riskante alternatieven voor de sigaret (harm reduction strategy) bespaart levens. Neem snus, een soort poedertabak die in Zweden en Noorwegen wel achter de bovenlip mag maar in de EU niet – omdat het nog steeds tabak is, al heeft ook snus ongeveer even weinig gezondheidsrisico als de e-sigaret. Er is in Zweden en Noorwegen veel minder sterfte aan longkanker.

In Nederland sterven 30.000 mensen per jaar aan de gevolgen van roken. Ik vroeg tijdens een mini-symposium aan drie buitenlandse deskundigen hoeveel minder doden er in Nederland zouden zijn wanneer de regering een beter antirookbeleid voert, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen de sigaret en alternatieven die aanzienlijk minder schade aan de gezondheid toebrengen. De Noor Lund durfde daar geen antwoord op te geven (ja, een ambtenaar), Lynne Dawkins, hoogleraar aan de London South Bank University evenmin, de Fransman Jacques le Houezec – specialist in stoppen met roken – noemde een studie die concludeerde dat met een genuanceerd antirookbeleid in Frankrijk het aantal tabaksdoden van 80.000 naar 20.000 per jaar kan worden teruggebracht.

Met andere woorden (de mijne, niet de zijne), wanneer in Nederland een antirookbeleid zou worden gevoerd dat ook rekening houdt met de gezondheid van verstokte rokers, kan het aantal rookdoden op termijn afnemen van 30.000 per jaar nu tot minder dan 10.000.

Toelichting: het symposium was georganiseerd door de bond van elektronische sigaretten (E-sig bond). Ze hebben mij betaald om het debat te leiden. Niet om deze blog te schrijven.

 

De Gouden Eeuw wordt net zo’n splijtzwam als Zwarte Piet. (23 september 2018)

Als het scenario uitkomt, dat in 2100 de helft van de 24 miljoen Nederlanders een immigratie-achtergrond heeft, bedreigt dit de saamhorigheid.

Voor alle duidelijkheid, ik ben opgegroeid te midden van Chinezen, Grieken en Surinamers en woon nu te midden van Kaapverdianen, Marokkanen, Turken en Surinamers. Ik vond het leuk, ik vind het leuk en ik wil voor geen goud terug naar de witte wijk waar ik ooit woonde en mijn kinderen geboren zijn.

Al zijn er natuurlijk met enige regelmaat fricties en ergernissen, ik geloof dat de multiculturele samenleving nu al redelijk succesvol is en heb goede moed dat het nog beter wordt. De integratie vordert gestaag. Fidan Ekiz, Özcan Akyol, Kafija Arib, Afshin Ellian, Dilan Yesilgöz, Sander Terphuis, Churandy Martina, Kathleen Ferrier, Adjied Bakash, Ahmed Aboutaleb, Ranomi Kromiwidjojo, Humberto Tan, enzovoorts. Nederland wordt leuker, slimmer en welvarender dankzij deze relatief nieuwe medelanders.

Daar staat tegenover dat de verschillende culturen soms uit elkaar lijken te groeien. Zo wordt een weldenkend mens niet vrolijk van het debat over Zwarte Piet. De felheid, de onwetendheid, de onverzettelijkheid. Het zou me niet verbazen als het met de Gouden Eeuw ook die kant op gaat. De voortekenen zijn er. Eenmansactiegroep de Grauwe Eeuw bekladde het standbeeld van JP Coen in Hoorn en vindt alle ‘witte’ Nederlanders racistisch. Kunstcentrum Witte de With wil van naam veranderen omdat Witte de With een ‘foute zeeheld’ zou zijn. Het Mauritshuis in Den Haag degradeerde een borstbeeld van haar naamgever tot een minder zichtbare plek. Moslimpartij Nida wilde bij het standbeeld van Piet Hein een plaquette waarop zijn schanddaden worden weergegeven.

Ik werk al meer dan twee jaar aan een boek over de geschiedenis van Delfshaven, haar beroemdste inwoner en de Gouden Eeuw en zie het debat ontsporen.

Wanneer ik vandaag de dag tegen mensen met meer melanine in hun huid dan ik zeg dat Piet Hein niks met slavernij te maken had, omdat hij zes jaar dood was voor de Republiek aan slavenhandel begon, word ik niet geloofd. Marokkaanse en Turkse Nederlanders weten niets van hun eigen schokkende slavernijverleden en menen dat slechts blauwogigen boter op het hoofd hebben.

Hoogopgeleide kaaskoppen zijn zo bang racistisch over te komen dat ze zonder zich in de geschiedenis te verdiepen toegeven dat deze niet deugt. Ik sprak een onderwijzer die haar leven lang leerlingen had verteld dat onze grachtenpanden zijn verkregen via plundering en slavernij. Toen ik vertelde dat Amsterdam al schatrijk was voor de VOC werd opgericht vroeg ze: you´re kidding me?

De onwetendheid klotst tegen de plinten. Ik ga proberen in mijn aanstaande boek over Piet Hein, de Gouden Eeuw en Delfshaven een evenwichtig beeld te geven. Uitgangspunt: het verleden is als je ouders, met mooie en minder fraaie kanten. Wees blij dat je hier en nu leeft.

Ps Op zaterdag 29 september geef ik een lezing, in de Pelgrimvaderskerk in Rotterdam, 14.00 uur. Historisch Delfshaven is een van de mooiste plekjes van Nederland, de kerk een van de oudste gebouwen van Rotterdam, de toegang is gratis en u bent welkom. Desgewenst na afloop een mini-rondleiding: de plek waar Piet Hein is geboren, waar de Pelgrimvaders vertrokken naar de Verenigde Staten, het standbeeld dat het ‘dankbare nageslacht’ voor Hein oprichtte, de 750 jaar oude zeedijk.

 

Luister naar de meningokok. (15 september 2018)

Wat een fascinerende epidemie! Je vraagt je allereerst af waar de hoogopgeleide bakfietsmoeders zijn gebleven. Nu er een eng beestje rondwaart, meningokok type W, die hersenvliesontsteking en bloedvergiftiging veroorzaakt en dit jaar al achttien Nederlanders heeft gedood, wil iedereen opeens ingeënt worden. Hallo bakfietsmoeders, vaccinaties waren toch gevaarlijk? Er zit toch aluminium in en kwik en nog meer smerigheid en je krijgt er toch autisme van en het is toch zo gezond voor je kind om koorts te hebben?

Ook fascinerend is de kritiek op de overheid dat er te laat is gereageerd waardoor nu te weinig vaccins beschikbaar zijn. Cor Kieboom, voorzitter van Feyenoord, zei weliswaar ooit ‘waar staat geschreven dat je consequent moet zijn?’ maar het gebrek aan consistentie is dit keer wel erg schrijnend.

In 2009 was er de Mexicaanse griep. Ik schreef daar over voor Elsevier en herinner me de angst. Er was sprake van duizenden doden in Mexico en de Verenigde Staten, wel even wat meer dan bij de meningokok. Dus vond ik het niet vreemd dat de overheid miljoenen vaccins en Tamiflu (het enige middel dat iets leek te doen) aanschafte.

Achteraf viel de Mexicaanse griep hier mee (zestig doden, wereldwijd ruim 17.000) en waren de vaccins en pillen overbodig. Zonde van het geld, ja, maar te midden van de miljarden die de overheid voortdurend over de balk gooit (rustig maar, ik ga het niet weer over windmolens hebben) was dit peanuts. Maar nog steeds zijn er mensen die menen dat er een samenzwering was en de overheid zich heeft laten belazeren door de farmaceutische industrie, dat de WHO de definities van pandemie oprekte onder invloed van de industrie en griepprofessor Ab Osterhaus het allemaal regisseerde.

Waarom is er trouwens zo’n weerzin tegen de industrie? Bedrijven hebben ons een enorme vooruitgang gebracht. Dat we in het rijke Westen dertig jaar langer leven dan honderd jaar geleden komt echt niet alleen door ministers en ambtenaren. Hoe meer industrieën er in een land zijn die nuttige producten maken (nee, ik heb het niet over banken), hoe beter het gaat. Kijk maar naar Duitsland.

In september 2016 waarschuwde een van de bedrijven die een vaccin maken dat het aantal patiënten door meningokokken type W sterk toenam. Wanneer de overheid vaccins zou willen, moesten ze wel tijdig een seintje geven want het maken daarvan is geen sinecure.

De programmamanager bij het RIVM zei echter dat ze dergelijke mails als een formaliteit afhandelen en was er nog trots op ook. ‘Het is niet de bedoeling dat het RIVM onder een hoedje speelt met de industrie.’

Het tekent hoe ver de anti-industriële stemming is doorgeslagen. De industrie is niet alleen een winstmachine waar elke employee dollartekens in de ogen heeft (dat valt tegenwoordig reuze mee met al die pensioenfondsen als aandeelhouder plus actievoerders in krijtstreep, zoals Mark van Baal van aandeelhoudersgroep Follow This), maar ook een kennisfabriek. Bij bedrijven als Shell, Siemens en Pfizer zit zo gigantisch veel knowhow, het is niet meer dan logisch dat de overheid daar naar luistert.

 

Jaja, het bestaat, vooruitgang. (8 september 2018)

Er is wat af gegrinnikt in Nederland, toen minister Eric Wiebes zijn geloof in vooruitgang predikte, bij Zomergasten van de VPRO-televisie. Wat een kwibus!

In een land als Nederland gelooft nog maar anderhalve man en een paardenkop in vooruitgang. Een onderzoek bij ruim 25.000 mensen in verschillende landen toonde aan dat naarmate een land rijker is, zijn inwoners slechter geïnformeerd zijn over de vooruitgang.

Dat kan te maken hebben met het feit dat het in onze contreien niet meer vanzelfsprekend is dat kinderen het beter krijgen dan hun ouders – bijvoorbeeld omdat het moeilijk is voor starters een hypotheek te krijgen. En ja, soms zit er een steentje in de schoen, gaat vooruitgang gepaard met gebreken. Zoals Bert Wagendorp, columnist van de Volkskrant, stelde naar aanleiding van het optimisme van Wiebes, waarover hij zich verbaasde: vooruitgang van de een is achteruitgang van de ander.

Als je er maar oog voor hebt, zie je de vooruitgang echter overal. Schoenen zonder steentjes. Vooruitgang zonder gebreken. Progressie zonder mitsen en maren. Op het recente congres van de European Society of Cardiology in München zag ik een grafiek voorbij komen waar de sterfte aan hart- en vaatziekten (hartaanvallen, beroertes, herseninfarcten) wordt weergegeven. In 1950 450 doden per 100.000 mensen, tot 1975 stabiel, sindsdien gedaald in een opmerkelijk rechte lijn tot ongeveer 100. Van 450 naar 100!

Allerlei medische, farmaceutische, technische en sociale ontwikkelingen hebben daar een bijdrage aan geleverd. De eerste open-hart operatie in 1954, de eerste bloeddrukverlagers (bètablokkers) in 1962, de eerste cholesterolverlagers (statines) in 1976, het dotteren met ballonnetjes en stents in 1977, minder roken, gezondere voeding. Hoe dan ook, de sterfte is minder dan een kwart van wat het was.

Oh ja, een eeuw geleden werd de Nederlandse samenleving verdeeld in drie sociale klassen: rijk, arm en middenstand. Op het station van Haarlem, gebouwd in 1906, is nog steeds een wachtkamer voor de derde klasse.  Het Wilhelmina-ziekenhuis in Assen, zelfde bouwjaar, kende een derde klas.  ‘Kees de jongen’ van Theo Thijssen, zelfs minder dan een eeuw oud, ademt een sfeer die wij wel van horen zeggen kennen, maar niet echt begrijpen: als je voor een dubbeltje geboren bent, zul je nooit een kwartje worden.

In het deze week geopende Erasmus MC heeft iedere patiënt een eigen kamer, een eigen badkamer, de mogelijkheid om bezoek te laten overnachten, geen geluid van andere patiënten op de wc, geen gesnurk van de ander.

En dat voor God en klein Pierke zoals onze zuiderburen zeggen. Voor Jan en alleman. Arm, rijk en alles er tussen in.

Hoe noemen we dit?

Daar bestaat maar één woord voor.

 

De vergroening door COis een fout feit. (2 september 2018)

Een feit is een feit. Water bevriest bij nul graden, of je nu links of rechts bent. De Britse econoom John Maynard Keynes zei eens in een debat: ‘Als de feiten veranderen, dan verander ik mijn mening. U ook, meneer?’ Hear hear. Feiten zijn heilig.

Wel zijn ze soms onwelkom. Jan Pronk – voormalig minister van ontwikkelingssamenwerking en boegbeeld van de PvdA – heeft eens gezegd dat feiten rechts zijn. Een amusante uitspraak, daterend uit de jaren dat de verbeelding aan de macht leek.

Een hedendaags voorbeeld van een fout feit is dat planten blij zijn met CO2. Het is zo basaal dat het op de middelbare school wordt gedoceerd en er een formule voor is: 6 H2O + 6 CO2 = C6H12O6 + 6 O2. Alle planten en bomen plus sommige algen en bacteriën zijn in staat tot deze tovenarij. Ze halen CO2 uit de lucht en zetten dat met behulp van zonlicht om in bouwstoffen voor zichzelf plus zuurstof die wij kunnen inademen. Het is wonderbaarlijk en ze doen het al heel lang.

Het is logisch dat bomen en planten beter groeien wanneer er meer CO2 in de lucht zit. Dat voorzag Svante Arrhenius, ontdekker van het broeikaseffect, al. In zijn boek ‘Worlds in the making’ uit 1908 voorspelde de Zweedse chemicus dat de toename van CO2 twee effecten zou hebben: een stijgende temperatuur plus hogere landbouwopbrengsten.

Dat de temperatuur mede door het broeikaseffect is gestegen, kan niemand ontgaan zijn. De kranten en het tv-journaal berichten dagelijks over smeltende ijskappen, zielige ijsbeertjes, gruwelijke droogte en angstaanjagende overstromingen die stuk voor stuk aan de opwarming van de aarde worden gekoppeld.

Maar ook dat andere voorspelde effect heeft zich voorgedaan. Ranga Myneni van de Boston University publiceerde met een trits collega’s (32 onderzoekers van 24 instituten) op basis van satellietopnamen in 2016 in Nature Climate Change  dat de aarde in de afgelopen drie decennia 14 % groener is geworden.

Het werd lange tijd doodgezwegen door kranten als de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw. Op een gegeven moment viel het niet meer te negeren. De Engelse vooruitgangsoptimist Matt Ridley besteedde al in 2012 in een lezing aandacht aan de bevindingen van Myneni en schreef in 2016 verbaasd dat de wereld groener wordt maar niemand het lijkt te willen weten, ik wijdde er begin 2017 een omslagartikel aan in Elsevier Weekblad.

Op de blog Klimaatverandering – waar klimaatwetenschappers mopperen op hen die het wagen zich met het klimaatdebat te bemoeien – werd duidelijk hoe onwelkom het feit van de vergroening is. Ik vat het even samen. Okay, tuurlijk, het valt niet te ontkennen dat CO2 goed is voor de planten, maar dat neemt niet weg dat CO2 toch echt heus werkelijk heel erg slecht is.

Idem voor de Volkskrant, een naar GroenLinks leunende krant waar het nieuws dat de aarde groener wordt toch met gejuich zou moeten zijn ontvangen. Integendeel. Op 11 mei schreef Cor Speksneijder  knarsentandend dat CO2 de wereld inderdaad groener maakt, zoals ‘klimaatsceptici graag zeggen’, ‘maar daar valt wel wat op af te dingen.’  De Volkskrant wachtte al met al twee jaar met het brengen van het goede nieuws, tot er een kanttekening kon worden gemaakt (er zit een grens aan de vergroening van de aarde). Ook werd het goede nieuws helemaal geframed in de strijd van de goede mensen (zij die met het milieu zijn begaan) en de foute mensen (de zogeheten klimaatsceptici). De vijand figureert niet alleen in de kop van het artikel maar ook in tussenzinnetjes als ‘Een waarschuwing aan de klimaatsceptici?’.

De moraal? De ene waarheid is de andere niet, het ene feit het andere niet. In het volslagen verziekte klimaatdebat zijn er goede feiten en foute feiten.

 

Luister naar de prikgekkies. (25 augustus 2018)

Mea culpa. Ook ik noem de tegenstanders van inenten regelmatig mafkezen en gekkies. Dat is niet eerlijk. Ze zijn niet allemaal kierewiet. Een derde is religieus, een derde hoogopgeleid (‘bakfietsouder’) en de rest denkt dat er minuscule buitenaardse wezens in de naalden zitten, dat vaccins een complot zijn van een joodse stam of is nog erger de kluts kwijt.

Een deel heeft dus argumenten. De enige manier waarop we de vaccinoorlog kunnen winnen, is om die serieus te nemen. Bij deze.

Argument 1  Vaccins hebben vervelende bijwerkingen

Dit klopt tot op zekere hoogte. Vaccins kunnen onaangename bijeffecten hebben. Wel zijn die miniem vergeleken bij de gevolgen van de te voorkomen ziekte zelf. Ook worden die bijwerkingen in de loop der tijd overigens steeds kleiner. Van de 120.000 Nederlandse soldaten die vlak na de Tweede Wereldoorlog werden ingeënt tegen pokken, kregen er 38 een herseninfectie waarvan er vijf stierven, 0,004 procent. Dat is nu onacceptabel. Tegenwoordig wordt doorgaans met ongevaarlijke onderdelen (eiwitten) van een ziekteverwekker ingeënt. De kans op bijwerkingen is daardoor kleiner dan 0,0001 procent.

Argument 2  Koorts is gezond

Ook dit klopt tot op zekere hoogte. Koorts (mits niet hoger dan 41 graden) is een teken dat het lichaam goed functioneert. En zoals Nietzsche ooit zei (niet in het Engels natuurlijk): if it does not kill you, it makes you stronger. Maar ook na al die vaccinaties blijven er nog genoeg virussen (griep!!) en bacteriën over die koorts veroorzaken.

Argument 3  In vaccins zitten enge substanties zoals aluminium

Alweer, klopt tot op zekere hoogte. Vroeger werd ingeënt met levende of kreupele ziekteverwekkers. Tegenwoordig met eiwitten. Juist omdat die zo veilig en ‘vriendelijk’ zijn, roepen ze minder snel een afweerreactie op. Daarom wordt een zogeheten adjuvans toegevoegd, een substantie zoals aluminium of saponine (een zeepachtig bestanddeel van planten). Het zijn vlaggetjes: hallo, afweerstelsel, hier moeten jullie zijn, beetje opletten graag!

Argument 4  Vaccins zijn verzonnen door de industrie om rijk te worden

Klopt bijna niet. Vaccins zijn bedoeld om een ziekte te voorkomen, zijn doorgaans spotgoedkoop en hoeven maar één tot twee keer te worden toegediend. De farmaceutische industrie verdient meer aan medicijnen (wanneer je ziek bent) en heeft weinig belang om ziekte te voorkomen.

Argument 5  Vaccins leiden tot autisme

Klopt niet. Dit is gedegen weerlegd in de wetenschappelijke literatuur.