Simon Says: Coronajournaal

Simon Says is een Amerikaans kinderspelletje. Het is ook de titel van mijn blog op deze site.

 

Nee, corona komt niet door de Joden en niet door seks tijdens de menstruatie (5 april 2020)

Coronajournaal aflevering 24

We weten dat corona wordt veroorzaakt door onzichtbare beestjes die we virussen noemen. We begrijpen niet echt wat het zijn, maar wel dat ze in spuug, snot en slijm zitten. En dus weten we wat te doen om geen corona te krijgen én solidariteit te tonen met grootouders en buren. Afstand houden.

Hoe anders was dat voor onze voorouders. Die werden allereerst veel meer geplaagd door besmettelijke ziekten. Sterftecijfers zoals wij nu met corona hebben (Italië zit inmiddels op 250 per miljoen inwoners, Nederland bijna op 100) zouden vroeger een gunstige uitzondering zijn geweest. Er waren jaren dat de sterftecijfers door een epidemie honderd maal zo hoog waren. Bij de Zwarte Dood (de pest) zelfs duizend maal. Rond de Tweede Wereldoorlog nog stierven er in Nederland jaarlijks tienduizend mensen aan tbc.

Lang hadden onze voorouders werkelijk geen enkel idee waardoor besmettelijke ziekten werden veroorzaakt. Toen er in de dertiende eeuw een epidemie van lepra (meegenomen door kruisvaarders uit het Midden-Oosten) was, raadden de autoriteiten het eten van vis af plus geslachtsgemeenschap tijdens de menstruatie.

Ziekten waren een straf van God voor onreinheid. Daarom ook liepen er door de middeleeuwse dorpen en steden flagellanten, mensen die zichzelf tot bloedens toe geselden, om vergiffenis aan God te vragen voor hun eigen zondige gedrag en dat van hun medeburgers.

Het is makkelijk om onze voorouders achteraf uit te lachen maar het was niet allemaal onzin. Ze hadden bijvoorbeeld een rationele manier om een ziekte vast te stellen. Ze staken een naald in de huid van een vermeende leproos. Kwam er bloed, dan was het goed. Kwam er wit vocht uit, dan moest de leproos in isolatie. Ook die isolatie is een rationele aanpak, zo weten we nu.

Verder was er een heuse wetenschappelijke theorie: de verstoring van het evenwicht tussen de vier lichaamsvloeistoffen (bloed, gele gal, zwarte gal en slijm). En ze hadden ook rationeel bedoelde pogingen tot herstel van het evenwicht. De Amsterdamse geneesheer Willem ten Rhijne bijvoorbeeld meende dat je lepra kon genezen met een mengsel van varkensgal, je eigen poep, baarmoeder met salpeterzuur, stierengal met salpeter, bokkenlever met azijn en honing, kreeftenas met olie plus ‘nuchter en warm speeksel van een gezonde ezel’.

Onze voorouders waren niet dom, ze waren onwetend.

En ze hadden vooroordelen. Toen vanaf 1347 de pest over Europa trok, kregen de Joden massaal de schuld. De pest was de lont in het kruitvat van het al bestaande antisemitisme. De Joden zouden het water vergiftigen en ze ‘bekenden’ – onder marteling – inderdaad dat ze zakjes gif aan elkaar doorgaven. In de paniek van de epidemie (waar een kwart van de bevolking aan stierf) werd het geloofd. De alom aanwezige flagellanten stookten het vuurtje nog wat verder op en gaven ook de Joden de schuld. De toenmalige paus vaardigde twee keer een bul uit om te vragen de Joden te ontzien maar kon de volkswoede niet temperen.

 

Joden op de brandstapel

 

Overal in wat we nu Frankrijk, Zwitserland, Duitsland, België en Nederland noemen, ontstonden pogroms, vooral tussen 1348 en 1351. In Brussel werd de hele joodse bevolking uitgemoord, in Straatsburg werden op 14 februari 1349 tweeduizend joden levend verbrand. Honderden Joodse gemeenschappen werden vernietigd en uiteindelijk vluchtte een flink deel van de Joodse bevolking van West Europa naar Polen en Rusland waar ze wel welkom waren.

Met andere woorden, laten we blij zijn dat we weten waardoor corona veroorzaakt wordt.

Toelichting: Het bovenstaande is mede gebaseerd op het boek’ Van Pest tot aids – vijf eeuwen besmettelijke ziekten in Amsterdam’, Annet Mooij, uitgeverij Thoth, 2001, Amsterdam)

 

De Januskop van corona: voor de een wat snotteren, voor de ander een koutje from hell (4 april 2020)

Coronajournaal aflevering 23

Het is een virus met een Januskop. Met twee gezichten, net zoals de god Janus uit de klassieke oudheid. Een onschuldig gezicht en een macaber gezicht.

Voor het merendeel van de mensen is corona volslagen onschuldig. Tot nu toe gaan de artsen en virologen uit van vier op de vijf, tachtig procent, maar misschien zal het uiteindelijk nog wel hoger zijn. Voor deze grote groep is corona een gewoon verkoudheidsvirusje, niet eens een griepvirus, want van een echte griep wordt je doorgaans zieker dan zij van corona.

Maar dan is er die andere groep. Een op de vijf, misschien als er meer cijfers van het testen bekend zijn één op de tien. Voor hen is corona ook een verkoudheid, want corona behoort nu eenmaal tot de categorie verkoudheidsvirussen, maar dan wel een volslagen ontspoorde.

Bij hen beperkt het virus zich niet tot de neus en keel maar komt in de longen terecht en veroorzaakt daar een dubbele ontsteking die binnen een paar dagen dodelijk kan zijn en die voor veel mensen kunstmatige beademing noodzakelijk maakt. Dat zijn voor een groot deel zeventigplussers met een slechte lichamelijke conditie maar toch ook veel jonge en sterke mensen.

Zoals die twee kerngezonde broers uit Beek en Donk van 29 en 31 jaar, Bram en Guus, waarover het Brabants Dagblad schreef. Een van de twee was op Tenerife geweest, kwam terug met hoge koorts en pijn in de longen. Maar ja, dacht de huisarts, kerngezonde jonge kerel, niet roken, geen longziekte, geen andere onderliggende aandoening, dat kan geen corona zijn. Het was het wel en binnen een paar dagen lag hij aan de kunstmatige beademing. En een paar dagen later volgde zijn broer.

Dit is niet het gezicht van een gewone verkoudheid, dit gebeurt ook niet bij een gewone griep.

 

Januskop

 

Hoe dit te verklaren?

Een eerste mogelijkheid is dat het om verschillende hoeveelheden gaat. Het maakt natuurlijk uit of je een paar duizend virussen oppikt via bijvoorbeeld een liftknop. Een kleine hoeveelheid (bij een virus heet een paar duizend nog steeds klein) kan het afweersysteem wel aan. Wanneer je daarentegen een door een coronapatiënt uitgehoest druppeltje inademt, kunnen daar wel een paar miljoen virussen inzitten. Wanneer zo’n druppeltje dan ook nog eens in de longen terecht komt, wordt het een ander verhaal. Misschien is dit een verklaring.

Een andere mogelijkheid is dat genetische verschillen tussen mensen onderling een rol spelen. Een virus komt een lichaamscel binnen via zogeheten receptoren (een soort deurtjes) en in de aard en de hoeveelheid van die deurtjes zitten genetische verschillen tussen mensen, zo weten we. Misschien heeft het daar mee te maken. Dat het coronavirus meer van de ene mens houdt dan van de andere.

Hoe dan ook, die Januskop van corona veroorzaakt ook de maatschappelijke spanning die je met de week ziet groeien, nu mensen hun baan en hun spaargeld aan het verliezen zijn door een simpel koutje.

Jawel, voor het overgrote merendeel is corona een koutje – niet eens een griepje. Voor een minderheid – en dat zijn niet alleen dikke tachtigplussers die het onheil door ongezond te leven over zichzelf zouden hebben afgeroepen – is het een koutje from hell.

 

Tyfus Mary ofwel het gevaar van patiënten die zich kiplekker voelen (3 april 2020)

Coronajournaal aflevering 22

De nachtmerrie van elke enge en besmettelijke ziekte is een patiënt die geen enkel symptoom heeft. Die valt niet te herkennen en dus ook niet te isoleren of in quarantaine te plaatsen.

Neem Tyfus Mary.

Dat is geen scheldwoord maar de bijnaam voor Mary Mallon, een Ierse huishoudster annex kok in New York aan het begin van de twintigste eeuw. Ze was besmet met buiktyfus, had nergens last van en bleef onverstoord doorpoetsen en koken. Na verloop van tijd rees argwaan want in elke gezin waar Mary een uitsmijter bakte, werd iedereen ziek. Ze ontkende fel dat ze een drager was, nam een andere naam aan en werkte elders door. Ja dag, ze kunnen wel zeggen dat er onzichtbare beestjes bestaan die je ziek maken, maar dat is geleerde flauwekul, kijk maar, ik ben niet ziek!

Toen ze uiteindelijk in isolatie werd opgesloten, had ze 47 mensen besmet, van wie er drie stierven. Tegenwoordig noemen we zo iemand een super spreader, vertelde RIVM-topman Jaap van Dissel op 1 april aan de Tweede Kamer.

Zelfs toen onze verre voorouders net als Tyfus Mary niet wisten dat besmettelijke ziekten worden overgebracht door onzichtbare beestjes, hadden ze wel in de gaten dat een epidemie kan worden ingeperkt wanneer je de lijders isoleert. Maar dan moet je dus wel kunnen zien dát iemand een patiënt is. Bij al die melaatsen en leprozen die tijdens de middeleeuwen in aparte huizen werden opgesloten, kon dat. Aan hen kon je vanwege de verwondingen in het gezicht en op de handen, of het krom lopen, al op een kilometer afstand zien dat er iets niet deugde.

Naarmate de coronapandemie langer duurt, wordt duidelijk dat er behoorlijk wat asymptomatische en presymptomatische coronapatiënten zijn. Asymptomatisch is helemaal niet ziek worden maar toch besmet zijn en presymptomatisch nóg niet ziek zijn. We weten niet precies hoeveel coronavirussen deze mensen uitscheiden maar met de dag wordt duidelijker dat dit een specifiek probleem van corona is.

Ze zijn vergelijkbaar met Mary Mallon en het zijn er veel. Heel veel.

Toen Brabants ziekenhuispersoneel een maand geleden werd getest, scoorde zo’n tien procent van de mensen die een tikje verkouden was of andere lichte klachten had positief op corona. Dat was al een schok maar het is nog erger.

Zelfs mensen die niet verkouden zijn en helemaal nergens last van hebben, kunnen het virus meedragen en verspreiden. De directeur van het Amerikaanse CDC, Robert Redfield (de Amerikaanse Jaap van Dissel), schatte een paar dagen geleden dat misschien wel één op de vier coronapatiënten symptoomloos is.

Oeps.

In theorie kunnen dat allemaal Tyfus Mary’s zijn. Met als kanttekening dat het vermoedelijk geen echte super spreaders zijn. We weten nu eenmaal van dit virus dat het zich via snot, slijm en neusvocht verspreidt dus het is nauwelijks voorstelbaar dat iemand die niet verkouden is een grote hoeveelheid coronavirussen verspreidt, maar toch, het is zorgwekkend.

Op de cruiseboot Diamond Princess is nadat daar corona uitbrak iedereen getest. Dat is dus een interessante steekproef, zij het met de kanttekening dat op zo’n cruiseboot doorgaans oudere mensen zitten. Welnu, op die boot had 18 procent van de mensen die met het virus besmet waren nergens last van. Ze waren asymptomatisch en dus allemaal potentiële Tyfus Mary’s.

Als dit bij ouderen al bijna één op de vijf is, moet het bij gezonde mensen meer zijn. Epidemioloog George Chowell van de Georgia State University (VS) schat dat misschien wel 40 procent van de patiënten kerngezond en asymptomatisch is.

Het goede nieuws is dat daardoor veel sneller de gewenste kudde-immuniteit ontstaat, het slechte dat de ziekte veel moeilijker te beteugelen is.

 

Waarom enge virussen ( deze ook weer) zo van de stad houden en niet van het dorp (2 april 2020)

Coronajournaal aflevering 21

Het coronavirus slaat vooral toe in dichtbevolkte regio’s. Eerst grote steden in China, daarna Noord-Italië en nu New York.

Dat is vermoedelijk ook de reden dat Nederland en België even slecht scoren in de corona-sterftestatistiek (sterker, België is ons officieel voorbijgestreefd: zij hebben nu 60,8 coronadoden per miljoen inwoners en wij 60,6). De bevolkingsdichtheid is in beide landen nu eenmaal hoog.

De meeste mensen lijken dit intuïtief te begrijpen.

De schatrijke inwoners van New York zijn de afgelopen dagen massaal naar hun tweede huizen op Long Island gevlucht. In de Hamptons, een paar oude vissersdorpen op de punt van het door de eerste (Nederlandse) kolonisten tot Lange Eijlandt gedoopte gebied, krijgen ze een sik van die stedelingen die voor vijfduizend dollar vlees hamsteren.

In Schotland houden ze sowieso al niet zo van Engelsen. Ik heb eens in een pub in Edinburgh naar een voetbalwedstrijd tussen Engeland en Nederland zitten te kijken en kreeg zoveel pinten aangeboden dat ik na een uur Gaelic kon verstaan en praten, althans dat dacht ik. Nu er duizenden Engelsen met hun campers naar de Hooglanden en de Schotse eilanden zijn gereisd, wordt er ‘Go home idiots’ op de caravans gespoten en zijn er in het Schotse parlement stemmen opgegaan om de Engelse ‘coronavakanties’ aan banden te leggen.

Op de Zeeuwse eilanden zijn toeristen niet meer welkom en de burgemeesters van de Waddeneilanden roepen ook: blijf toch lekker thuis. De kroegen zijn dicht, we hebben geen ziekenhuizen, je kunt besmet raken op de veerboot, het is helemaal niet leuk hier. Dat is een unicum, want zoals we uit de film Jaws weten, nemen burgemeesters van dit soort eilanden grote volksgezondheidsrisico’s om de op toerisme ingestelde middenstand te beschermen.

Dat zoveel mensen de stad uit willen, is logisch. Als we aan sociale distantie moeten doen, is de stad niet zo aantrekkelijk.

 

Virussen houden niet van een dorp

 

In Mensen en hun plagen betoogt de Canadees-Amerikaanse historicus William McNeill dat virussen van de stad houden. ‘Besmettelijke bacteriële en virusinfecties die direct van mens tot mens overgaan zonder tussengastheer zijn bij uitstek beschavingsziekten: het specifieke kenmerk en de epidemiologische belasting van het stedelijk bestaan.’

Een virus vindt een dorp in het oerwoud waar 150 mensen wonen maar niks. Ja, je kunt die mensen allemaal ziek maken maar binnen een paar maanden zijn ze immuun en wat moet je dan?

Zodra er grote steden ontstonden, zo’n vijfduizend jaar geleden, konden virussen die reizen via uitgehoeste druppeltjes en handcontact zich handhaven. Voor het mazelenvirus (in wezen veel enger dan corona maar wij hebben groepsimmuniteit dankzij de vaccins) ligt de grens bij 300.000 à 400,000 inwoners, zo is uitgerekend. Zeg maar vanaf de stad Utrecht dus. In kleinere steden met een ongevaccineerde bevolking (Gouda of Delft) kan het mazelenvirus zich niet handhaven, in grotere steden wel.

In het pre-vaccinatie tijdperk waren in het Franse leger dienstplichtigen van het platteland veel vaker ziek dan stadsjongens. Dat was heel opmerkelijk want veel van die campagnards waren beter gevoed en sterker dan de ondervoede, slappe rekruten uit de achterbuurten van de Franse steden. Maar de stadse sukkels hadden nergens last van terwijl de gezonde boerenjongens lagen te ijlen.

Kortom, in de grote stad wemelt het van de kleine engerds.

 

Zou het kunnen dat wij mensen veel minder invloed hebben op dit virus dan we hopen? (1 april 2020)

Coronajournaal aflevering 20

De kleine kift tussen België en Nederland was amusant. België had de grens met Nederland gesloten, deels vanwege het prijsverschil in de benzine maar ook een beetje omdat de ‘Ollanders’ er een zooitje van maakten. Wij gingen veel minder ver met het op slot gooien van de economie dan onze zuiderburen en daarom liep corona bij ons veel verder uit de hand dan bij hen.

Er was gedoe in de diverse grensplaatsjes en menig Belg mopperden op de Vlaamse en Nederlandse televisie dat het werkelijk schandalig was dat die ‘Ollanders’ zich aan god noch gebod hielden. De burgemeester van Knokke bijvoorbeeld zei op 19 maart (toen wij overigens nog minder strenge maatregelen hadden, al waren de horeca en scholen een paar dagen dicht en gaven we geen hand meer): ‘Uw regering is een stelletje onnozelaars. Uw land heeft altijd de mond vol over dat u het zo goed voor elkaar heeft, maar de maatregelen in Nederland zijn een lachertje!’

Misschien hadden ze gelijk, zo dacht ik, dus hield ik de afgelopen dagen de coronasterfte in beide landen goed bij, natuurlijk uitgedrukt in het aantal doden per miljoen inwoners anders kun je landen immers niet vergelijken.

Aanvankelijk leken de cijfers onze zuiderburen gelijk te geven, want in één week tijd schoten de ‘Ollanders’ als een raket omhoog. Nadat Nederland eerst nummer 5 was in de internationale vergelijking, was het nummer 4 en vervolgens nummer 3, na Italië en Spanje.

En nu weet ik, gewaardeerde volgers van mijn corona-journaal (dank, dat het zo op prijs wordt gesteld en er veel mensen via Twitter reageren), dat die cijfers maar een betrekkelijke waarde hebben. Dat het inmiddels zo druk is in de gezondheidszorg dat de doodsoorzaak van een overledene niet altijd keurig wordt geregistreerd. Vermoedelijk komen ook in Nederland allerlei mensen in verpleeghuizen die aan corona zijn overleden anders in de boeken omdat ze niet getest zijn.

Dat gezegd hebbende, je moet íets!

En dus klamp ik me bij gebrek aan beter (de resultaten van tests) dus toch maar vast aan die cijfers. Welnu, al een week geleden bleek België met zijn strengere maatregelen en zijn gemopper op de ‘onnozelheid’ van de ‘Ollanders’ in de verkeerde statistieken niet veel beter te scoren en kroop met dezelfde snelheid omhoog. Op de website van de universiteit van Oxford waar ik op vertrouw, ligt België nog steeds een klein beetje op Nederland achter (44 versus 50 doden per miljoen) maar op de site worldometers staan Nederland en België inmiddels gelijk op de derde plaats van de verkeerde top tien.

Wat bij mij de gedachte oproept dat we misschien wel veel minder invloed hebben over wat er nu over ons heen spoelt dan we zouden willen. We denken dat wij als mensheid heel wat voorstellen en de ene politicus zegt dat we om het virus te bestrijden geen stap meer buiten de deur zouden mogen doen en de andere amateur-viroloog zegt dat wanneer je achterwaarts door de supermarkt loopt met je hoofd tussen je knieën het virus geen enkele kans heeft, maar vooralsnog hebben maatregelen slechts een betrekkelijk effect.

Dit wijst de vergelijking tussen Europese landen uit. Natuurlijk, het is volslagen logisch dat sociale distantie, anderhalve meter afstand houden, werkt en dat zie je gelukkig ook met enige vertraging in de statistieken terug. Maar verder? Of een land nu 85, 90, of 98 procent lockdown heeft, misschien zijn het wel tamelijk onbeïnvloedbare omstandigheden zoals de bevolkingsdichtheid die bepalen of het ene land meer last van de epidemie heeft dan het andere.

 

Sorry, we zijn even een brand aan het blussen (31 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 19

Je zou verwachten dat Diederik Gommers van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care (NVIC) woedend is op Jacco Wallinga, hoofd modellen bij het RIVM, omdat deze in zijn computermodellen had gestopt dat patiënten maar tien dagen op de IC verblijven, terwijl uit het buitenland (China en Italië) al lang bekend had kunnen zijn dat het vaak langer is dan 3 weken.

Misschien is Gommers ook wel boos maar nu even niet, zo zei hij in de Volkskrant. ‘Dit is iets voor de evaluaties. Laten we al onze aandacht en energie nu richten op hoe we dit oplossen.’

Bij het tv-programma Op1 van afgelopen zondag was ook een botsing te zien tussen nu en straks. Tegenover elkaar zaten Ira Helsloot en Anne Wensing. Wensing is viroloog bij het UMC en volop bezig met maatregelen om het virus te beteugelen. Helsloot is hoogleraar besturen van veiligheid aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en kijkt met enige distantie naar de coronamaatregelen. Hij benadrukt dat het platleggen van de economie, wat we nu doen om het virus te bestrijden, eveneens mensenlevens kost.

Helsloot heeft gelijk natuurlijk maar dat gaat hij pas krijgen over een paar maanden of over een jaar, bij de parlementaire enquête. Je zag de irritatie groeien bij Anne Wensing. Man waar heb je het over, kom terug op aarde, onze IC’s kunnen het niet meer aan!

Gisteravond zat Jan Kluytmans, arts-microbioloog bij het Amphia-ziekenhuis in Breda en hoogleraar, bij datzelfde Op1 en gaf toe dat het achteraf verbijsterend is hoezeer iedereen in Nederland zich heeft laten verrassen door een pandemie die eerder al China en Italië had aangedaan. Hij zei dat we drie weken geleden misschien wel het carnaval in Brabant hadden moeten afgelasten, maar ook hij had zoiets van: kom op, laten we daar nu niet over muggenziften. Dat komt later allemaal wel.

Al diverse malen heb ik de beeldspraak voorbij horen komen dat er een brand moet worden geblust. De topman van de Wereldgezondheidsorganisatie gebruikte hem om te benadrukken dat je moet testen: met een blinddoek op kun je geen brand blussen. Bijna elke dag staat er wel in een van de kranten een coronaverhaal waarin een brand wordt geblust. De metafoor lijkt natuurlijk op dat andere, eigentijdse, Angelsaksische gezegde: first things first. Kom op zeg, nu niet zeuren, we moeten de brand blussen.

Het amusante is dat dit bij elke epidemie terugkomt. Ik herinner me dat goed van de aidsepidemie. Daar heb ik 35 jaar geleden heel veel over geschreven, in weekblad Elsevier. Toen de epidemie in rustiger vaarwater terecht was gekomen, werd ik gevraagd door het Aidsfonds om met de toenmalige hoofdrolspelers terug te blikken op het Nederlandse aidsbeleid. Dat leidde tot een boek met de titel Blus de brand.

In bijna elk gesprek wat ik toen heb gevoerd – met de minister, met onderzoekers, de gezondheidsinspectie, met de homogemeenschap, met aidsvoorlichters, met woordvoerders van de aidspatiënten en de hemofiliepatiënten – kwam dat motto terug. Inderdaad, we hebben vijf jaar geleden fouten gemaakt, we hadden dit anders kunnen doen en dat, maar ja, we waren druk bezig met het blussen van de brand en dan moet je niet al teveel zeuren.

Ik denk dat ze gelijk hebben. Bij het blussen van een brand gaat er van alles en nog wat fout maar als je daar tijdens het blussen met een kopje koffie over gaat vergaderen en er notulen in drievoud van maakt, gaat er nog veel meer fout. De evaluatie is voor later.

Dat geldt nu ook bij de coronapandemie. Er gaat veel fout. Heel veel fout. Het carnaval had misschien niet door mogen gaan, de scholen hadden misschien eerder dicht moeten gaan, alhoewel, misschien hadden de scholen eigenlijk helemaal niet dicht hoeven te gaan, we hadden veel meer moeten leren van de ervaringen in China en Italië, het RIVM heeft er een paar keer behoorlijk naast gezeten, de persconferenties van het kabinet waren diverse malen onduidelijk, het beleid van anderhalve meter afstand had misschien veel beter moeten worden uitgelegd aan minderheidsgroepen die slecht Nederlands spreken en niet naar het journaal kijken. Enzovoorts, enzovoorts.

Het is allemaal waar misschien maar voor later. Er zijn nu andere prioriteiten.

 

Oeps, het RIVM rekende met een verkeerde aanname (30 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 18

De computermodellen van het RIVM hadden er geen rekening mee gehouden dat een coronapatiënt zo lang op de intensive care blijft. Dat zei Jacco Wallinga, hoofd computermodellen van het RIVM, gisteren tegen de NOS. Twee weken geleden nog werd gedacht dat coronapatiënten gemiddeld tien dagen op de IC zouden blijven, inmiddels lijkt het er op dat het 23 dagen is, ofwel ruim drie weken.

De consequentie hiervan is dus dat de Nederlandse gezondheidszorg de stroom coronapatiënten van de komende twee weken eigenlijk niet aankan. We hebben maar ruim 1.000 IC-bedden in Nederland en met kunst en vliegwerk kan dat worden uitgebreid naar 1500 en misschien wel 2.000 maar Wallinga (in mijn coronajournaal van gisteren – aflevering 17 – noemde ik hem nog de ongekroonde coronakoning van Nederland) verwacht dat half april 2.500 IC-bedden nodig zullen zijn. Oeps.

Zelfs bij nuchtere mensen die een grote waardering hebben voor de deskundigheid van de RIVM-experts dringen zich nu krachttermen op, maar laten we dat niet doen. Het is en blijft een feit dat een nieuw virus en een nieuwe pandemie zich moeilijk laten voorspellen. Zoals Maarten Keulemans, wetenschapsredacteur van de Volkskrant, twitterde: hallo beste mensen, we hebben het hier niet over de dienstregeling van de trein!

Feit is dat het virus ook de slimste mensen verrast, misschien wel omdat de Chinezen niet eerlijk zijn geweest over het aantal doden dat daar is gevallen. Officieel waren dat er 3.300 maar er circuleren inmiddels allerlei geruchten op sociale media zowel als in de reguliere, bijvoorbeeld gebaseerd op de hoeveelheid urnen die crematoria in Wuhan (waar de epidemie begon) hebben besteld en teruggeven aan familieleden, dat het er misschien wel tienduizenden zijn geweest.

Ook Anthony Fauci, de belangrijkste gezondheidsadviseur van de Amerikaanse president en de man die hem heeft overreed om de sociale distantie in elk geval nog een maand langer vol te houden, is verrast door het virus en de pandemie. Gisteren vertelde hij op basis van computermodellen rekening te houden met de mogelijkheid dat er door het coronavirus 200.000 doden zullen vallen in de Verenigde Staten, zelfs met het huidige beleid van sociale distantie. Zonder dat beleid zouden het er acht tot tien maal zoveel kunnen worden.

Laten we even meerekenen. In de VS zijn er 327 miljoen inwoners. Een procent daarvan is zeg drie miljoen, 0,1 % is dus 300.000 en 0,01 % is 30.000. Met andere woorden, Fauci (hoofd van NIAD, het nationale instituut voor allergie en infectieziekten en iemand die al tijdens de aidscrisis van dertig jaar geleden een wereldwijde beroemdheid was) denkt dat in het gunstigste geval 0,07 procent van de bevolking gaat overlijden.

Wanneer we dat percentage op Nederland gaan toepassen dan komen we op ongeveer 12.000 doden uit, met het huidige beleid van anderhalve meter afstand houden. Ter vergelijking: bij de zware griep van 2017 op 2018 zijn 9.500 Nederlanders gestorven.

Met andere woorden, zelfs met het huidige strenge beleid zal corona zwaarder blijken te zijn dan een zware griep en gaat de Nederlandse gezondheidszorg piepen en kraken.

 

 

Mooie computermodellen maar intussen stijgen we in de lelijke sterftecijfers (29 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 17

Tijdens een pandemie heeft een mens cijfers nodig. Ja, het liefst tests, vaccins en medicijnen maar bij ontstentenis daarvan zijn cijfers next best.

Vooral cijfers over de sterfte helpen om datgene te plaatsen wat nu als een stoomwals over ons rolt en het leven geheel ontregelt. RIVM-topman Jaap van Dissel liet op 25 maart bij zijn presentatie voor de commissie van de Tweede Kamer bijvoorbeeld een grafiek zien van de sterfte in Nederland, op basis van cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De grillige schommeling toonde dat de algehele sterfte in Nederland de afgelopen weken ietwat omhoog gaat maar nog niet op de helft zit van de piek die er in de winter van 2017 op 2018 was, toen er 9.500 mensen aan een ‘gewone’ griep overleden.

Dat zijn ontnuchterende cijfers: ja, er is iets ernstigs gaande maar het is nog niet zo erg (al kan dat wel gebeuren), als de griep van 2017/2018 – die bijna niemand als iets uitzonderlijks heeft ervaren.

Algehele sterftecijfers Nederland (met miniem coronapiekje)

 

Bij die presentatie van Van Dissel ging het veel over het besmettingsgetal R0 (voor reproductie). Dat is het aantal mensen dat door een zieke wordt aangestoken. Bij mazelen is dat meer dan 12 en dat verklaart waarom mazelen (als een groep daar geen immuniteit voor heeft) in enkele maanden een bevolking kan decimeren zoals een paar honderd jaar geleden gebeurde met de indianen en een paar duizend jaar geleden misschien wel met de Romeinen. Is R0 boven de één dan is sprake van explosieve groei, is hij 1 of lager dan kunnen we weer rustig ademhalen.

Welnu, Van Dissel presenteerde allerlei computermodellen en waaiers die aangeven dat het besmettingsgetal in Nederland aanvankelijk boven de 2 was maar dat we tegenwoordig – mede door de sociale distantie die we betrachten – op 1 en misschien zelfs daaronder zitten. Daar komt het optimisme van 25 maart vandaan dat er een kentering is bereikt en we niet meer een exponentiële groei volgen.

Voor alle duidelijkheid, dit komt allemaal uit een computermodel. Daarom verwees Jaap van Dissel keurig naar het hoofd van de afdeling modellering van infectieziekten bij het RIVM, Jacco Wallinga, tevens hoogleraar in dit vak. Dat is de ongekroonde coronakoning van Nederland. Het land vaart blind op Rutte, Rutte vaart blind op Jaap van Dissel en Jaap van Dissel vaart op Jacco Wallinga.

Mag dit besmettingsgetal van de corona-epidemie dus inmiddels, als we de computer mogen geloven, geruststellend laag zijn, anders zit het met een statistiek die ik sinds een paar dagen met extra belangstelling volg: het aantal coronadoden per miljoen inwoners.

Dit getal zegt iets over hoe een land het doet in vergelijking met andere landen. Het is betrouwbaarder dan het aantal coronagevallen want er wordt nauwelijks getest in de wereld. Ook het sterftecijfer zal in het ene land betrouwbaarder zijn dan in het andere en misschien worden, omdat er nu nauwelijks getest wordt, wel sterftegevallen als een hartaanval geregistreerd terwijl daaronder een corona-infectie zat. Maar het biedt enig houvast.

Welnu, in de ranglijst van het aantal coronadoden per miljoen inwoners klimt Nederland omhoog en dat is niet iets om vrolijk van te worden. Op 26 maart stond Nederland nummer 5, op 27 maart hadden we Frankrijk ingehaald en stonden 4 en op 28 maart hadden we ook Iran ingehaald en staan nu nummer 3, met bijna 32 coronadoden per miljoen Nederlanders. Gelukkig staan we zover achter Spanje (104) en Italië (151) dat we die niet meer gaan inhalen.

Met andere woorden, die optimistische computermodellen van Jacco Wallinga mogen zo langzamerhand wel eens gaan doorklinken in de echte wereld.

 

Het IC-dilemma: waarom een schatrijk land zo weinig plekken voor beademing heeft (28 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 16

De coronacrisis draait om IC-capaciteit. Ter opfrissing van het geheugen: zo’n tachtig procent van de mensen merkt corona nauwelijks. Van alle mensen die besmet zijn, belandt echter een paar procent op de intensive care-afdelingen (IC) van ziekenhuizen en moet daar kunstmatig worden beademd.

Niet een paar dagen, zoals gebruikelijk op de IC, maar een paar weken. Diederik Gommers, hoogleraar intensive care geneeskunde bij het Erasmus MC en bijna elke avond wel op de tv, heeft in Rotterdam één coronapatiënt die inmiddels in de vierde week beademing ligt.

Het Nederlandse coronabeleid was tot nu toe bovenal gericht op het ontlasten van de IC-afdelingen. Ook de computermodellen om de piek naar beneden te duwen (flatten the curve) hadden dit tot doel. Dat we niet op corona testen, komt eveneens omdat zowel de gezondheidszorg als de politiek geobsedeerd zijn door de piek in het aantal IC-patiënten die volgende week komt. Het is geen toeval dat Duitsland het enige land in Europa is waar wel serieus wordt getest: daar zijn genoeg IC-bedden.

Gisteren werd bekend dat Duitsland ons te hulp wil schieten. Ziekenhuizen in Aken en Munster, beide niet ver van de Nederlandse grens, zijn bereid om Nederlandse coronapatiënten op te nemen. Duitsland heeft 28.000 IC-bedden en Nederland maar iets meer dan duizend (al kan het worden uitgebreid). Per 100.000 inwoners komt dat neer op 7 in Nederland en 34 in Duitsland.

De IC is de bottleneck van de Nederlandse coronacrisis.

Dat roept de vraag op waarom Nederland zo weinig IC-bedden heeft. Bij een vergelijking binnen Europa op een van de vele coronablogs scoorde Nederland op de 27e plaats. Zelfs in Andorra (in het hele landje zijn maar zes IC-bedden) en de Baltische staten hebben ze relatief meer IC-bedden.

Het komt niet omdat er de afgelopen jaren zoveel bezuinigd is op de gezondheidszorg. Nederland en Duitsland geven per hoofd van de bevolking ongeveer evenveel geld uit aan gezondheidszorg, ruim vierduizend euro, bijna twee maal zoveel als Italië.

Een eerste verklaring is dat in de Nederlandse gezondheidszorg de huisarts cruciaal is. Hij is de poortwachter die moet voorkomen dat mensen te snel doorstromen naar de specialist en het ziekenhuis. In Nederland kom je zonder verwijzing niet bij een specialist, in Duitsland wel.

Een andere verklaring is dat Nederland een bijzondere omgang heeft met de dood. Dat blijkt uit het feit dat het merendeel van de Nederlandse coronadoden helemaal niet op een IC heeft gelegen. Geriatrische verplegers en artsen leggen bejaarden in verpleeghuizen of thuisverzorging plus hun familieleden uit wat een verblijf op een IC betekent. Drie weken aan de beademing, op uw buik, een groot deel van uw spiermassa kwijtraken en als u het overleeft, die kans is klein, komt u er als een kasplantje uit. Wilt u dat wel?

Dit soort gesprekken schijnt in zuidelijker landen eigenlijk niet mogelijk te zijn. Wellicht is dat dan ook de verklaring voor het geringe aantal IC-bedden. De Nederlandse gezondheidszorg vertrouwde erop dat de poort naar de IC kon worden bewaakt.

Maar dat lukt niet bij corona. Het virus mag dan bovenal alleen ouderen en zieken doden, ook veel veertigers en vijftigers en zelfs dertigers en twintigers krijgen dusdanig ernstige ademhalingsproblemen dat ze op de IC belandden. Iemand van 85 kun je de IC wel ontraden, maar iemand van 45, met nog een heel leven voor zich, niet.

De Groningse epidemioloog Raoul Nap heeft in 2009 berekend of Nederland genoeg IC-bedden had voor een grieppandemie. Zijn antwoord was ja. Bij een zware griep liggen patiënten echter maar maximaal vijf dagen op een IC, zo stelde hij in NRC. Bij corona is het twee tot drie weken.

Daarom is dit virus zo’n probleem.

 

Denken over fase 2: geen domme lockdown meer maar testen, testen en nog eens testen (27 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 15

Zo langzamerhand is het tijd om over een nieuwe fase na te denken. Niet dat corona hier onder controle is. Verre van dat, in de top-tien van landen met de meeste coronadoden per miljoen inwoners is Nederland inmiddels gestegen naar de vierde plaats, na Italië, Spanje en Iran. Ook is het nog steeds niet zeker dat onze ziekenhuizen de piek rond 1 april aan kunnen.

Maar er is een kentering gaande. Zoals RIVM-topman Jaap van Dissel op 25 maart aan een commissie van de Tweede Kamer uitlegde, de epidemiologische nachtmerrie van een exponentiële groei is uit beeld. Vermoedelijk krijgen we geen Italiaanse toestanden.

Fase 2 moet slimmer worden dan fase 1. Volgens minister-president Rutte past Nederland een ‘intelligente lockdown’ toe. Welnu, lockdown is het, intelligent niet.

Natuurlijk kan het nu even niet anders – opdat de gezondheidszorg niet ontploft – maar in wezen is het allesbehalve verstandig om iedereen met milde symptomen in thuisquarantaine te laten gaan en ook gezonde mensen thuis te houden. Daardoor krijgt de economie een enorme opdonder en dat kost mensenlevens. We weten dat het verschil tussen arm en rijk niet alleen een verschil in geld betekent maar ook in levensverwachting. Zelfs in een rijk land: wie hier arm is leeft zeven jaar korter. En dus moeten we zo snel mogelijk van die verarmende en dus domme lockdown af.

Voor fase 2 moeten we kijken naar het slimste land ter wereld, het land dat (met Israël) het hoogste percentage van zijn nationaal inkomen aan onderzoek en ontwikkeling uitgeeft, het land waar onze auto’s, laptops, mobiele telefoons en batterijen voor elektrische auto’s vandaan komen. Het land met het symbool voor kracht en wijsheid en nog veel meer (yin yang) in de vlag. Een land dat open en democratisch is en dus meer met ons soort samenlevingen te vergelijken is dan het totalitaire China, waar ze het virus ook onder controle hebben.

Zuid-Korea, want daar heb ik het natuurlijk over, ligt veel dichter bij het vuur (Wuhan) dan Europa maar lijkt het virus beteugeld te hebben. Het aantal coronadoden is 2,6 per miljoen inwoners, vergelijkbaar met China maar zonder die vrijheid berovende maatregelen voor iedereen.

In Zuid-Korea wordt massaal getest. Wanneer je maar genoeg mensen test, hoef je niet het land op slot te gooien. Dan weet je wie besmet is en kun je tegen díe mensen zeggen dat ze thuis moeten blijven of hen desnoods in een sporthal opsluiten. De baas van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), Tedros Ghebreyesus, zegt het fraai: met een blinddoek op kun je geen vuur blussen. Natuurlijk is in de huidige fase in sommige landen een lockdown nodig maar dat is niet hoe we het virus er uiteindelijk onder krijgen. Daarvoor moeten we testen, testen en nog eens testen.

In Zuid-Korea, zo werd in de Volkskrant beschreven, hebben ze zelfs drive-through loketten, waar je binnen tien minuten, zittend in je auto wordt getest. Er zijn inmiddels meer dan 325.000 Koreanen (0,7 procent van de bevolking) getest, meer dan waar ook. Natuurlijk helpt het dat Zuid-Korea een hightech-paradijs is: zodra de genetische code van het virus bekend was, in januari, begonnen Koreaanse bedrijven al tests te ontwikkelen.

Nederland moet een eigen variant op dit systeem ontwikkelen. Over een paar weken moet de economie weer op gang komen want anders zal het middel achteraf erger dan de kwaal blijken. Tegen die tijd moeten we een goed testsysteem hebben. Dat kan alleen maar zoals Zuid-Korea dat gedaan heeft, in nauwe samenwerking met de biotech-industrie en farmaceutische bedrijven.

Daarom is het goed nieuws dat het kabinet aan Feike Sijbesma, de ex-topman van DSM, gevraagd heeft dit op poten te zetten. Ik heb hem vaak gesproken: hij is slim, doortastend zowel als diplomatiek en kent de sector goed – zo heeft hij in 2002 eigenhandig de vitamine-tak van het Zwitserse Roche gekocht. Je moet nu geen bedrijven in de beklaagdenbank zetten zoals gisteren met datzelfde Roche gebeurde door journalisten van FTM (Follow the Money), op televisie en in de Tweede Kamer (Jesse Klaver van GroenLinks), je hebt deze bedrijven hard nodig om straks zoveel mogelijk Nederlanders met corona te testen. In fase 2 van de coronacrisis.

 

Wie kunnen we nu echt vertrouwen in deze verwarrende tijden? (26 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 14

Gisteren werd ik opgebeld door een journalist van een landelijke krant, die een tweet had gelezen waarin ik de corona-epidemie vergeleek met de Aziatische griep van 1957 en daar meer over wilde weten. Toen kreeg ik een mail van een tv-presentator die mijn mening wilde weten over een bepaalde theorie ter bestrijding van het virus. Daarna een app of ik zaterdag op de radio iets kan zeggen over corona.

Hallo, ik ben geen coronadeskundige, vraag een viroloog!

Dat was natuurlijk ook het eerste dat ik tegen hen zei.

Ik ben een gepensioneerde wetenschapsjournalist, die omdat deze pandemie hem intrigeert twee weken geleden een dagelijks coronajournaal op zijn website is begonnen. Bovenal om greep op het onderwerp te krijgen en misschien ook wel een beetje uit maatschappelijke verantwoordelijkheid: ik kan geen bijdrage leveren in de verpleging of verzorging of zoiets. Wel kan ik ingewikkelde dingen begrijpen en in heldere taal weergeven en heb daar meer dan veertig jaar ervaring in.

Dat is mijn expertise, niets meer en niets minder.

Een en ander roept wel de vraag op wie op het gebied van corona nu echt deskundig zijn en wie dus tot op zekere hoogte te vertrouwen zijn in deze verwarrende tijden.

Welnu, in de allereerste plaats de Nederlandse experts die in de vuurlinie staan. Jaap van Dissel van het RIVM als het gaat over de epidemie, Marion Koopmans van het Erasmus MC als het gaat over virussen en Diederik Gommers van het Erasmus MC als het gaat over de intensive care en de verzorging van coronapatiënten. Van Dissel en Gommers legden gisteren (25 maart) weer op rustige en deskundige wijze de Nederlandse situatie uit aan een commissie van de Tweede Kamer. Met hen nog een hele reeks van actieve artsen, virologen en onderzoekers: Jan Kluytmans van het Amphia-ziekenhuis in Breda, Marc Bonten uit Utrecht, en nog een stuk of tien. Niet te vergeten: Jacco Wallinga van het RIVM, die alle berekeningen uitvoert waar het Nederlandse beleid op is gebaseerd.

Op de tweede plaats buitenlandse experts die nu in de vuurlinie staan, zoals immunoloog Anthony Fauci (die kleine man schuin achter president Trump bij de persconferenties over corona) in de Verenigde Staten en viroloog Marc van Ranst uit Leuven (België). Ook hun mening en kennis is van groot belang maar ze kennen de Nederlandse situatie niet en de epidemie is in elk land anders.

In de derde plaats gerenommeerde academische epidemiologen en medisch onderzoekers die weliswaar niet in de vuurlinie staan maar wel veel kijk hebben op infectieziekten. Een goed voorbeeld is John Ioannidis van de Stanford-universiteit (VS) en voor Nederland Hanneke Schuitemaker, hoogleraar virologie in Amsterdam, die bij farmaceutisch bedrijf Johnson & Johnson in Leiden (het voormalige Crucell) aan een vaccin werkt. In Elsevier Weekblad van deze week waarschuwt ze dat dit toch echt anderhalf jaar gaat duren.

In de vierde plaats gepensioneerde virologen zoals Ab Osterhaus (en Jaap Goudsmit). Zij hebben bij voorgaande epidemieën (aids, Sars, Mexicaanse griep) hun sporen verdiend maar zijn al wat ouder, hebben misschien wat minder affiniteit met nieuwe ontwikkelingen zoals de ingewikkelde computermodellen die nu cruciaal zijn. Ook zijn ze wellicht belast door het verleden: maatregelen die effectief waren bij aids en de Mexicaanse griep, hoeven dat niet bij corona te zijn. Wel verschijnen ze met enige regelmaat op televisie en in de kranten.

In de vijfde plaats enkele wetenschapsjournalisten en medisch journalisten. Maarten Keulemans bij de Volkskrant, Sander Voormolen, Nikki Kortweg en Rosanne Hertzberger (zelf microbioloog) bij NRC. Enkele freelancers zoals Jop de Vrieze (ook microbioloog en o.a. werkzaam voor De Groene Amsterdammer) en Arnout Jaspers die op Kennislink een opmerkelijk, relativerend stuk schreef.

En dan op het allerlaatst die zeventien miljoen Nederlandse amateur-virologen, amateur-epidemiologen en amateur-infectiologen die op sociale media allerlei stellige opvattingen verkondigen.

Wat ik hier mee wil zeggen?

  1. Dat Jaap van Dissel en consorten een groot respect verdienen.
  2. Dat Mark Rutte en co een pluim verdienen hoezeer ze Van Dissel en co vertrouwen.
  3. Dat politici zoals Wilders en Baudet die Van Dissel en co aanvallen zich achter de oren moeten krabben.
  4. Dat tv-programma’s die gepensioneerde onderzoekers uitnodigen om aan de poten van Van Dissel en co te zagen zich ook achter de oren moeten krabben.

 

Hoe het christendom groot werd dankzij een virus (25 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 13

De opkomst van het christendom is moeilijk te begrijpen zonder aandacht voor de talloze epidemieën die er bijna tweeduizend jaar geleden woedden in het mediterrane gebied. Dat stelt de Canadees-Amerikaanse historicus William McNeill in zijn boek Mensen en hun plagen. Het Romeinse rijk en de landen rond de Middellandse zee werden aan het begin van de christelijke jaartelling gedurende een paar eeuwen geteisterd door allerlei ziekteverwekkers (vermoedelijk mazelen, pokken en de pest) waartegen de bevolking geen weerstand had. Er zijn perioden geweest dat er wel duizend mensen per dag stierven in Rome.

Tegelijkertijd is er dat nieuwe geloof dat draait om naastenliefde. Ook wanneer die naaste een arme sloeber is die hoge koorts heeft en onder de bulten zit. McNeill: ‘Een van de voordelen bij de christenen, vergeleken met hun heidense tijdgenoten, was dat ziekenverzorging, zelfs in tijden van pestilentie, een erkende religieuze plicht was. Wanneer alle normale dienstverleningen verdwijnen zal zeer eenvoudige ziekenverzorging de sterfte niettemin sterk beperken. Wanneer men doodzieke mensen bijvoorbeeld alleen maar voorziet van voedsel en water kunnen zij herstellen in plaats van een ellendige dood te sterven.’

Bij een epidemie overleeft altijd het merendeel van de mensen, zelfs als ze een paar dagen of weken zwaar ziek zijn geweest. De mensen die de ziekte te boven kwamen, hun ogen openden en een christelijke verpleger aan de rand van hun ziekbed zagen, moeten hebben gedacht: die God van hen kan wonderen verrichten, ik word ook lid van de club. McNeill wijst er op dat de christelijke denkers dit zeer goed in de gaten hadden en regelmatig beschreven hoe christenen elkaar hielpen tijdens een epidemie terwijl de heidenen op de vlucht sloegen voor patiënten.

Zelfs als de op hun sterfbed bekeerde mazelen- of pokkenpatiënten overleden, hadden ze een voordeel boven anderen: zij kwamen in de hemel, de heidenen niet. Zoals Cyprianus, de bisschop van Carthago, schreef in 251 na Christus, tijdens een ongewoon sterke pandemie: ‘Deze sterfte is een vloek voor de joden en de heidenen en de vijanden van Christus; voor de dienaren Gods is het een heilzaam heengaan.’

McNeill stelt dat deze ‘verheven manier om de verschrikkingen en de psychische ontreddering van onvoorstelbare epidemieën te verwerken’ het christendom zeer aantrekkelijk maakte voor de arme bevolking van het Romeinse rijk. Niet alleen de rijke heren waren belangrijk, iedereen.

Allerlei mensen halen momenteel La Peste van Albert Camus uit de kast, maar wie de invloed van ziektekiemen op de mensheid echt wil begrijpen, dient Mensen en hun plagen van William McNeill te lezen. De in 2016 op 98-jarige leeftijd overleden McNeill is een historicus van de grote greep.

Hij wijst erop dat zo’n drieduizend jaar geleden op verschillende plekken in de wereld steden en regio’s met een miljoenenbevolking ontstonden. In China bijvoorbeeld waren destijds 59 miljoen mensen. In dergelijke grote groepen, die dicht bij elkaar leven, komen vervolgens epidemieën. Die ziekten – pokken, pest, mazelen – noemt McNeill ‘beschavingsziekten’, omdat ze zich slechts kunnen handhaven als er een paar miljoen mensen dicht bij elkaar leven.

Wij noemen het tegenwoordig ‘kinderziekten’, maar die term maskeert dat ze vroeger enorme gevolgen hadden. Zo komt de val van het Atheense rijk in de vierde eeuw voor Christus vermoedelijk door een onbekende epidemie die in één jaar (430-429 voor Christus) zo’n enorme klap aan de Atheense samenleving toebracht dat die zich nooit meer heeft kunnen herstellen. Een kwart van het leger stierf en de bevolking was volledig gedemoraliseerd.

Het mediterrane gebied was extra gevoelig voor ziekteverwekkers omdat er druk scheepvaartverkeer was. Bij gunstige wind kon men over zee een afstand afleggen van meer dan 150 kilometer per dag. Een epidemie kon zich razendsnel verspreiden, vergelijkbaar met wat nu het vliegtuig doet.

Volgens McNeill waren er aan het begin van de christelijke jaartelling ongeveer vier depots van beschavingsziekten, zoals China, India en Mesopotamië. Daar was men zo langzamerhand immuun geworden maar de mediterrane beschaving kwam pas vele eeuwen later en daar had de bevolking nog geen immuniteit . De Griekse wijsgeer Hippocrates, vader van de geneeskunde (460-377 voor Christus), heeft het bijvoorbeeld nergens in zijn nauwkeurige en gedetailleerde medische geschriften over ziekten die doen denken aan pokken, mazelen en de builenpest.

McNeill denkt dat zelfs de ondergang van het Romeinse rijk hierdoor kan worden verklaard. Diverse Romeinse geschiedschrijvers zoals Livius hebben het over meer dan tien epidemieën, waarbij soms een kwart tot een derde van de bevolking stierf. Hij wijst er op dat de bevolking van alle mediterrane landen toen gedurende maar liefst vijfhonderd jaar achteruit ging.

Hebt u de komende weken tijd over (dat is niet onwaarschijnlijk): lees McNeill en begrijp onder meer hoe het christendom zich als een virus over de westerse samenleving heeft kunnen verspreiden.

 

Zit Nederland op dezelfde ramkoers als Italië?

Coronajournaal aflevering 12

De afgelopen dagen hebben diverse graficologen en andere zijlijn-deskundigen ons voorgehouden dat we op dezelfde ramkoers zitten als Italië. Alles wat daar twee weken geleden gebeurde, zie je nu hier. Met andere woorden, wat er nu in Italië gebeurt, krijgen wij over twee weken. Op 22 maart kopte de NRC bijvoorbeeld: ‘Als Italië het voorland is, wat staat Nederland te wachten?’ .

De onderliggende boodschap: het is een zooitje in Nederland, we bakken er niks van en binnen een paar dagen ontploft ook bij ons de gezondheidszorg.

Volgens dagblad Trouw zou Nederland inmiddels de Italiaanse curve verlaten hebben. In een grafiek op 23 maart suggereerde de krant dat Nederland helemaal niet de Italiaanse grafiek volgt en er inmiddels flink onder ligt. Daar hadden ze 16 dagen na de eerste coronadode 336 sterfgevallen, hier 179. Helaas had Trouw niet gecorrigeerd voor de bevolkingsomvang.

De grafiek uit Trouw

Wat Trouw wel goed gedaan heeft, is om de maatregelen van de twee landen te vergelijken. Italië heeft pas 16 dagen na de eerste coronadode Lombardije gedeeltelijk op slot gegooid. Nederland nam al zes dagen na de eerste dode de eerste maatregelen, zoals het afscheid van de handdruk. Nederland reageerde tien dagen eerder dan Italië, wat het extra pikant maakt dat Wilders en Baudet hebben gepleit dat Nederland dezelfde strenge maatregelen moest nemen als Italië (en andere landen).

Vermoedelijk weten we pas over enkele maanden waarom Italië (waar de sterftecijfers nu gelukkig ook dalen) tot zo’n brandhaard is uitgegroeid. Met een slechte gezondheidszorg heeft het niet te maken. Volgens de Nederlandse schrijver Ilja Leonard Pfeijffer die in Genua woont en voor NRC een dagboek bijhoudt, zou de gezondheidszorg in Noord-Italië beter zijn dan die in Nederland en hij beroept zich in HP/DE TIJD  op de Unesco (de gezondheidstak van de Verenigde Naties). Die kijkt naar levensverwachting (84 jaar in Lombardije) en sterftecijfers. Op basis daarvan krijgt Lombardije van de Unesco een 9,9 op 10, hoger dan Nederlandse regio’s.

Dat moge zo zijn, vanuit epidemiologisch opzicht zijn er in Italië oliedomme dingen gebeurd. De correspondent van de Volkskrant beschreef dat bij de lockdown van Lombardije de regels studenten toestonden om de quarantaine bij hun ouders uit te zitten, ook wanneer die buiten Lombardije woonden. De regio Puglia (de hak van de laars) constateerde dat vervolgens ruim 23.000 mensen met de trein vanuit Noord-Italië zijn overgekomen. Van hen had 15 procent bij controles op het station koorts- of griepverschijnselen. Italië heeft een coronatrein van noord naar zuid laten rijden.

Als het klopt – ook dit moet in de nabije toekomst worden uitgezocht – moet de uitdrukking ‘de Franse slag’ (half werk leveren) in de toekomst misschien vervangen worden door ‘de Italiaanse slag’.

Hoe dan ook, laten we hopen dat Italië ons voorland niet is.

Toelichting: in een eerdere versie van dit journaal was geen rekening gehouden met de verschillen in bevolkingsomvang tussen Italië en Nederland.

 

Het sterftecijfer van corona is veel lager dan we nu vrezen (23 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 11

Het zijn verwarrende tijden. De ene deskundige wil linksom, de andere rechtsom. En dus is het tijd voor een houvast. Het beste dat er is: cijfers.

En dat gaat dan vooral over het sterftepercentage van dit virus. Welk deel van de mensen die er mee besmet zijn, sterft er aan?

Welnu, dat is geen drie of vier procent zoals de officiële sterftecijfers suggereren, het is zo goed als zeker ruim onder de één procent. En dat is een bemoedigende gedachte, in deze week waar soms meer dan honderd doden per dag gaan vallen, en de druk op de IC-afdelingen verontrustend toeneemt.

John Ioannidis schreef een hoofdredactioneel commentaar in de European Journal of Clinical Investigation. Daar gaat hij in op het sterftepercentage. Ioannidis is een slimme Amerikaan van Griekse afkomst die aan de Stanford-universiteit werkt en in hoog aanzien staat in de wereldwijde epidemiologie omdat hij een aantal jaren geleden heeft aangetoond dat veel medisch wetenschappelijk onderzoek niet reproduceerbaar is, anders gezegd niet deugt.

Probleem met de actuele cijfers is dat er nauwelijks getest wordt en we dus niet weten hoeveel mensen rondlopen met corona zonder dat ze het in de gaten hebben. Op dit moment zijn Zuid-Korea en Duitsland de landen die het meest hebben getest en de sterftepercentages daar zijn 0,7 en 0,2 procent. Maar zelfs in die twee landen is lang niet iedereen getest. Met andere woorden, de echte sterftepercentages liggen vermoedelijk nog lager, aldus Ioannidis.

bron: Kyodo/Newscom

Een ander voorbeeld is cruiseschip Diamond Princess. Daar is wel iedereen getest dus dat geeft een aardig beeld. Er waren 7 doden aan boord, op een totaal van 700 besmette mensen, ofwel een sterftepercentage van 1 procent. Dat waren echter bijna zonder uitzondering ouderen, die extra gevoelig zijn voor het virus. Dus ook dit cruiseschip bevestigt dat het echte sterftepercentage vermoedelijk ruim onder de 1 procent ligt.

Ioannidis schat het sterftecijfer tussen de 0,05 en de 1 procent. Vooral die ondergrens biedt hoop, want 0,05 procent is zelfs lager dan bij gewone griep. In een ander artikel van hem, in het blad Stat, kwam hij op een gemiddelde schatting van 0,3 procent uit. 

Dat cijfer wordt ook vermeld door andere mensen die kunnen denken en rekenen, zoals de Israëliër Dan Yamin die in het verleden epidemiologische berekeningen aan het Ebolavirus heeft gedaan.

Stel dat het inderdaad 0,3 procent wordt, dan ligt het er natuurlijk aan welk deel van de bevolking geïnfecteerd raakt. Ioannidis denkt dat maar één procent van de bevolking besmet zal raken, anderen (zoals Jaap van Dissel van het RIVM en Dan Yamin) komen op 50 tot 60 procent uit. In dat laatste geval gaat het dus om ongeveer 10 miljoen Nederlanders. Drie tiende procent daarvan is 30.000 doden, ofwel drie maal zo erg als een flinke griep (die van de winter van 2017 op 2018).

En dan – met excuus naar oudere mensen (ik ben zelf 68) – zullen bovenal mensen sterven die gemiddeld nog tien tot vijftien gezonde levensjaren voor zich hadden. Natuurlijk, elke dode is een gapend gat, maar het maakt wel degelijk uit of het iemand van 40 dan wel 85 betreft.

En voor wie op dit moment niets wil weten van cijfers, maar alleen of we wel of niet tot een volledige lockdown moeten overgaan, Ioannidis wijst er op dat uit de wetenschappelijke literatuur blijkt dat het meest extreme beleid nauwelijks of niets toevoegt aan simpele en logische maatregelen zoals we die in Nederland toepassen: veel je handen wassen, zoveel mogelijk thuis blijven en niet bij zieke mensen op bezoek gaan.

(Toelichting: Voor wie meer over Ioannidis wil weten, ik interviewde hem op 12 december 2015 voor Elsevier.)

 

Suggestie: mede door de kater van de Mexicaanse griep is er nu te traag gereageerd (22 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 10

Natuurlijk hebben de autoriteiten de epidemie onderschat. Dat blijkt uit de tijdlijn van de RIVM-tweets. Op 21 januari twitterde het RIVM nog dat de kans klein was dat Nederland een coronapatiënt zou krijgen. Topman Jaap van Dissel zelf zei op 24 januari: ‘Als de ziekte in ons land opduikt, zal het waarschijnlijk beperkt blijven tot enkele besmettingen.’ Twee dagen eerder had de minister in zijn eerste ambtsbericht geschreven dat de kans klein was dat het virus naar Europa zou komen.

Uit een reconstructie in de NRC blijkt dat zowel de Wereldgezondheidsorganisatie WHO als het Europese gezondheidscentrum ECDC half januari, mede op basis van informatie uit China, dachten dat het virus helemaal niet zo besmettelijk was. Als dat waar was geweest, had de epidemie inderdaad beperkt kunnen blijven tot China. Met andere woorden, de trage reactie in Europa komt mede door onjuiste Chinese informatie.

Ik vermoed dat er nog een andere verklaring is: de kater van de Mexicaanse griep. In 2009 was er wereldwijde angst voor de Mexicaanse griep, mede op basis van (te) alarmistische schattingen van het sterftepercentage in Mexico en de Verenigde Staten. Gevreesd werd dat dit misschien wel net zo erg zou kunnen worden als de Spaanse griep uit 1918, met tientallen miljoenen doden.

En dus kocht de regering 34 miljoen vaccins, twee per Nederlander. Daarvan bleven er uiteindelijk 18 miljoen van over, die vernietigd werden.

Het land was te klein, er stak een storm van protest op. Het ministerie (onder leiding van Ab Klink, CDA) verdedigde zich door te stellen dat je tijdens een pandemie moeilijk kunt voorspellen welke kant het opgaat en dat uit voorzorg was gehandeld. Better safe than sorry.

Ook de adviseurs van de minister (Roel Coutinho van het RIVM en viroloog Ab Osterhaus) kregen het voor hun kiezen. Vooral de PVV, dezelfde partij die nu tiert dat er veel te traag is opgetreden, klaagde dat er veel te voortvarend was opgetreden. Kamerlid Fleur Agema: ‘Van meet af aan zit er een luchtje rondom de Mexicaanse griep met als spilfiguren viroloog Ab Osterhaus en minister Ab Klink.’ Ze beschuldigde Osterhaus zelfs van belangenverstrengeling en wilde een spoeddebat.

Ik modereerde in die tijd een maandelijks wetenschapscafé bij de Rode Hoed in Amsterdam. Op 11 februari 2010 hadden we Coutinho uitgenodigd om terug te blikken. Er waren tientallen antiprikgekkies en complotdenkers op af gekomen die maar zaten te schreeuwen. Op een gegeven moment werd er zelfs geroepen dat Coutinho een moordenaar was. Het debat moest worden afgebroken en Coutinho werd onder bewaking afgevoerd. Later verschenen er woedende blogs waarin ik ervan werd beschuldigd een ‘journalistieke hoer’ te zijn in dienst van de farmaceutische industrie.

Uiteindelijk viel de pandemie mee. Er zijn maar zestig doden gevallen in Nederland, zelfs minder dan bij een normale griep. Dat was natuurlijk een opluchting maar het kan niet anders dan dat alle betrokkenen (het ministerie, het RIVM, de adviseurs) een flinke kater aan de Mexicaanse griep hebben overgehouden.

Bij deze dus een suggesties voor de parlementaire corona-enquête die er ongetwijfeld gaat komen: zou het kunnen dat de autoriteiten toen de conclusie hebben getrokken dat ze bij een volgende pandemie behoedzamer moesten optreden?

 

Zo belangrijk als het vliegtuig was voor aids, is internet voor de coronacrisis (21 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 9

In een aantal opzichten doet de huidige commotie denken aan de angst die er dertig jaar geleden was voor aids. Zoals een buitenlandjournalist de val van de Muur in 1989 op de voet wilde volgen, heb ik dat gehad met aids.

Natuurlijk zijn er wezenlijke verschillen. Het aidsvirus rukte jonge en gezonde volwassenen uit het leven weg, het coronavirus treft vooral ouderen en zwakkeren. Maar er zijn ook overeenkomsten, zo besef ik wanneer ik door een boek blader dat ik in 1996 schreef in opdracht van het Aidsfonds.

Het waren interviews met mensen die een rol hadden gespeeld in de aidsbestrijding. Een van hen was Gijs van der Wiel, toenmalig directeur van de Rijksvoorlichtingsdienst. Hij zei: ‘We mogen hen niet laten verzuipen.’ Dat ging over de solidariteit met homo’s. Er waren in die tijd nogal wat botte honden die zoiets hadden van: ach, aids treft alleen maar homoseksuelen, waarom zou ik me daar druk over maken? Bij de Nederlandse bewustwordingscampagnes werd toen heel erg benadrukt dat iedereen het kon krijgen, om te voorkomen dat homo’s gediscrimineerd zouden worden.

De roep om solidariteit met een kwetsbare groep is er nu ook. Lees de toespraak van premier Rutte van 16 maart maar na. Hij wil dat we met zijn allen een ‘beschermende muur’ opbouwen rond ‘kwetsbare ouderen en mensen met een zwakke gezondheid.’

Er is nog een parallel. Ik had in een eerder boek – uit 1990 – aids ‘een onvoorzien gevolg van de uitvinding van het vliegtuig’ genoemd. Met als voorbeeld een Belgische zakenman in het begin van de jaren tachtig. Hij vloog op en neer tussen Afrika en België en heeft negen vrouwen in Afrika en België besmet, plus een van de partners van de vrouwen. De man, die in 1985 op veertigjarige leeftijd aan aids is overleden, heeft aldus een belangrijke bijdrage geleverd aan het overhevelen van de epidemie vanuit het binnenste van Afrika.

Net zoals aids in zekere zin een gevolg van de uitvinding van het vliegtuig is, zou je de huidige coronacrisis een gevolg van de uitvinding van het internet kunnen noemen. Ik had die beeldspraak graag zelf bedacht, maar leen hem van wetenschapsjournalist Arnout Jaspers. Hij is bij mijn weten de eerste die vaststelde dat bij vergelijkbare griepepidemieën zoals de Aziatische griep van 1957 en de Hongkong-griep van 1968 het publiek helemaal niet in de gaten had dat er een gemeen virus op hun schouder zat.

Ik denk dat hij tot op zekere hoogte gelijk heeft. Ik ben uit 1951 en moet dus zowel de Aziatische griep als de Hongkong-griep hebben meegemaakt, gelukkig niet als ziekte, maar wel als iets waarover toen moet zijn gepraat. Aan de keukentafel, op school, op straat, in de groentewinkel van mijn vader, bij verjaardagsfeestjes. Niets van dat alles. Er was totaal geen gevoel van paniek, dat de wereld niet meer hetzelfde is, al die dingen die je nu over corona leest.

Wat er nu gebeurt, kan iedereen zich over tien of vijftig jaar nog herinneren. De toespraak van de minister-president, het sluiten van de scholen, dat bijna alle vliegtuigen aan de grond staan, het afstand houden in de supermarkt. En dat komt mede door internet. Iedereen kan elke dag op een reeks van websites vergelijken hoeveel coronadoden er gisteren in Algerije zijn gevallen (één), hoe het totale aantal doden in Duitsland is (slechts 43 nog, opvallend laag) en wat de verdubbelingstijd van het aantal doden is in de Filipijnen (18 dagen).

Natuurlijk is dit geen aanklacht tegen de moderniteit. Allereerst verspreidt internet het coronavirus niet. En ook helpen sociale media om de gewenste boodschap te verkondigen dat we anderhalf tot twee meter afstand moeten houden. Wel spelen laptops en mobiele telefoons een rol in het verspreiden van de angst voor corona. We zitten bovenop de pandemie, midden in het oog van de storm, en dat maakt het moeilijk om het met enige distantie te zien.

Toelichting: Het fragment over de Belgische zakenman plus de analyse dat aids een gevolg is van de uitvinding van het vliegtuig komt uit mijn boek ‘Aids – de jacht op een virus uit 1990’, pagina 13. Het interview met Gijs van der Wiel staat in ‘Blus de brand – gesprekken over de Nederlandse aidsbestrijding’ uit 1996. Het artikel van Arnout Jaspers staat op de website van Nemo Kennislink. De cijfers over het aantal coronadoden en de verdubbelingstijd komen van de website Our World in Data.

 

Dit verdubbelt (vooralsnog) heel veel sneller dan destijds aids (20 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 8

Zo her en der wordt de corona-epidemie al gerelativeerd. Waar hebben we het al met al over? Een paar honderd extra doden? Ach, dat is minder dan er in een normaal griepseizoen vallen. Er zijn wereldwijd nu 9.000 doden gevallen door het coronavirus, in drie maanden tijd. Ach, ook zonder coronavirus waren er 9.000 doden geweest, in 90 minuten tijd zelfs.

Dat is allemaal waar en die nuchterheid is natuurlijk goed.

Maar ook relativeren kun je overdrijven. Er is natuurlijk wel iets opmerkelijks aan de hand. En dat is een constante en tamelijk lage verdubbelingstijd.

Een constante verdubbelingstijd impliceert een exponentiële groei. Dat kunt u thuis rustig uitproberen, wanneer u een schaakbord of een dambord hebt. Leg op het eerste veld een euro, op het tweede veld twee euro’s, op het derde veld een stapeltje van vier euro’s, op het vierde een stapeltje van acht euro’s. Wedden dat u dit niet lang gaat volhouden?

Psychologen zeggen dat wij mensen zo gewend zijn aan gewone (lineaire) groei dat we ons niet kunnen voorstellen dat er ook zoiets als een exponentiële groei zou kunnen bestaan en hoe verbijsterend snel dat dan gaat. Nog een voorbeeld om dit duidelijk te maken. Stel dat u op straat met een constante verdubbelingstijd kon lopen. Met de eerste pas bent u een halve meter verder, met de tweede een meter, met de derde twee meter en met stap nummer 28 overbrugt u al meer dan de omtrek van de aarde, 40.000 kilometer.

Een constante verdubbelingstijd is huiveringwekkend.

Ook bij aids was er bijna veertig jaar geleden in het begin van de epidemie een constante verdubbelingstijd. Ik heb het nog even voor u nagekeken. In 1982 waren er in Nederland vier gevallen, in 1983 kwamen er 18 bij, in 1984 31, in 1985 62 en in 1986 131. Een bijna mathematische reeks, met bijna elk jaar een verdubbeling van het aantal sterfgevallen. Dat is de reden dat de wereld destijds zo in de ban was van aids.

Welnu, bij corona is geen sprake van een verdubbeling in een jaar zoals bij aids, maar in enkele dagen!

Neem het aantal geregistreerde infecties. Dat verdubbelt in bijna alle Europese landen met een paar dagen. Nu is dit nog het minst betrouwbare cijfer, omdat er weinig wordt getest. Maar ook het aantal ziekenhuisopnamen, het aantal patiënten op de intensive care plus het aantal doden verdubbelt zich in Europa om de paar dagen.

Het aantal doden in Italië verdubbelt om de vier dagen, in Spanje en Engeland om de drie dagen, het aantal doden in Nederland zelfs om de twee dagen.

En dan het misschien wel meest zorgwekkende cijfer, ook het aantal IC-opnamen in de Nederlandse ziekenhuizen verdubbelt snel. Op 14 maart waren het er 75, op 18 maart 150. Een verdubbeling in vier dagen. Als dat doorzet, rekent u mee, zijn er op 22 maart 350 opnamen, op 26 maart 700, op 30 maart 1.400 en is op 3 april met 2.800 opnamen de capaciteit van de Nederlandse ziekenhuizen overschreden.

Dat is de reden waarom deskundigen zich zorgen maken over de corona-epidemie en waarom het zo belangrijk is om de besmettingsketen te doorbreken. Onder meer door anderhalve meter afstand te houden, iets waar zo bedroevend weinig Nederlanders zich aan houden.

Toelichting: De cijfers over de verdubbelingstijd van aids komen uit mijn boek ‘Aids – de jacht op een virus’ uit 1990, pagina 3. De cijfers over de verdubbelingstijden van corona zijn te vinden op de website Our World in Data en de stichting NICE.

 

We moeten achter Jaap van Dissel en het RIVM staan (19 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 7

Zo’n 45 jaar geleden kwam ik voor het eerst bij het RIVM in Bilthoven. Ik was beginnend wetenschapsjournalist en maakte bij de Stichting Biowetenschappen en Maatschappij een krantje met berichten die gratis door huis-aan-huis-bladen konden worden overgenomen. Er was gedoe over de veiligheid van het kinkhoestvaccin en ik had daarover een gesprek met de directeur van het RIVM. Hans Cohen, voorganger van Jaap van Dissel.

Ik kwam met allerlei kritische vragen, het was de tijd dat machthebbers alom werden gewantrouwd en bespot, ik had haar tot op mijn schouders, was dienstweigeraar, stemde op de PSP (een partij die later in GroenLinks is opgegaan) en was van plan een weg-met-dat-gevaarlijke-kinkhoestvaccin-stuk te schrijven maar Cohen was evenwichtig en had antwoorden op al mijn vragen. Ik schreef een veel genuanceerder stuk dan ik aanvankelijk van plan was.

Later heb ik Cohen nog enkele malen gesproken. Zo interviewde ik hem in 1986 voor Elsevier over de opmars van aids, waarvoor de wereld toen evenzeer sidderde als nu voor corona. Alweer was ik onder de indruk van die nuchterheid en feitenkennis. En van dat heerlijke Groningse accent: ‘De vaccins klinken in zijn mond als baaltjes strokarton’.

Een citaat van Cohen: ‘Het is een vergaande en onjuiste hybris te zeggen dat we de infectieziekten onder de knie hebben.’ Amen.

Vanwaar deze greep uit de oude doos?

Vanwege de kritiek op het RIVM en Jaap van Dissel. Er is sprake van een oorlogssituatie: Nederland wordt aangevallen door een onzichtbare vijand en in zo’n situatie zouden we de rijen moeten sluiten.

In plaats daarvan bliezen Wilders en Baudet tijdens het politieke debat van 18 maart de geringe verschillen die er zijn tussen het coronabeleid van de verschillende Europese landen behoorlijk op en vielen de deskundigen aan, waar het kabinet op steunt. Ook op sociale media krijgen Van Dissel en het RIVM er behoorlijk van langs.

Ik keur dat af maar denk het wel te kunnen verklaren. Bij het RIVM bestaan twee duidelijk verschillende afdelingen: de volksgezondheid (de V uit RIVM) en het milieu (de M). Dat zijn werelden van verschil.

Neem Jaap van Dissel en Klaas van Egmond.

Van Dissel zou de kleinzoon van Hans Cohen kunnen zijn en de zoon van Roel Coutinho en dat is hij in zekere zin ook. De nuchterheid zelve, een overtuigende en gezaghebbende arts. Natuurlijk heeft hij achteraf verkeerde inschattingen gemaakt, zoals bijna iedereen in Nederland (en Europa). Eind januari dacht Van Dissel nog dat de corona-epidemie in China zou blijven hangen. ‘Als de ziekte in ons land opduikt, zal het waarschijnlijk beperkt blijven tot enkele besmettingen.’

Tja. In een beginfase van een epidemie valt inderdaad moeilijk in te schatten of het een veenbrand wordt die over de hele wereld gaat. We hebben de afgelopen decennia verschillende voorbeelden gezien van virussen die een epidemie veroorzaakten. De meeste daarvan zoals de Mexicaanse griep en ook de twee die door het broertje en zusje van corona veroorzaakt werden (Sars en Mers) bleven tot een bepaald gebied beperkt.

Sinds het coronavirus Europa en Nederland toch heeft bereikt en hier meer ellende aanricht dan hij anderhalve maand geleden verwachtte, is Jaap van Dissel rustig, overtuigend en professioneel.

En dan nu Klaas van Egmond, voormalig RIVM-directeur en tegenwoordig hoogleraar milieu en duurzaamheid. Lees het interview nog maar eens na dat de Volkskrant op 27 december 2019 met hem had.

Hij heeft het over ‘een catastrofe die zó groot is dat we de hele planeet naar de knoppen helpen’ en dan heeft hij het niet over een virus maar over onze ecologische voetafdruk. Hij wil geen virussen doden, hij wil dat we elektrische auto’s kopen en brandnetelthee drinken. ‘De aarde trekt het niet.’ Hij vecht niet tegen een ziekte, hij heeft het kapitalisme de oorlog verklaard: ‘Het te koop verklaren van de hele wereld is het kolossale probleem van deze tijd.’

Dit is het zelotengedrag dat je ook in de milieubeweging en bij liefhebbers van onbespoten voedsel tegenkomt. Ook de problemen zijn verschillend. Er is geen enkele twijfel of het coronavirus bestaat, er is wel wetenschappelijke zowel als maatschappelijke twijfel over de aard en ernst van de stikstofcrisis.

Het wantrouwen dat sommige groepen (zoals boeren, de PVV en FvD) in de samenleving naar het RIVM hebben, komt bij de M (milieu) vandaan en straalt naar de V (volksgezondheid) door.

Nogmaals, het is verklaarbaar maar niet terecht. Van Dissel en consorten verdienen in deze crisissituatie een breed gedragen vertrouwen.

 

Nederland scoort schokkend laag in het aantal uitgevoerde virustests (18 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 6

Meten is weten. De Nederlandse natuurkundige en Nobelprijswinnaar Heike Kamerlingh Onnes zei in 1882 bij zijn inaugurele rede: ‘Door meten tot weten zou ik als zinspreuk boven elk … laboratorium willen schrijven.’ Zijn oproep belandde in de Nederlandse taal, zij het met een kleine mutatie: meten is weten.

Je zou dus verwachten dat Nederland door meten tot weten komt bij de strijd tegen het coronavirus. Temeer daar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) vindt dat er beduidend meer moet worden gemeten.

Even wat cijfers over het aantal wereldwijd uitgevoerde coronatests. Op nummer 1 staat China met 320.000, op twee Zuid-Korea met bijna 250.000. Dan komt er een tijd niets en vervolgens Italië, Rusland en Engeland. Nederland heeft 6.000 tests uitgevoerd en is daarmee nummer 15, onder de Verenigde Staten. Kijken we naar het aantal tests per miljoen inwoners dan schuift Nederland één plaatsje op en wordt nummer 14. Met als troost dat we dan wel boven de VS scoren: tien maal zoveel tests per hoofd van de bevolking.

Er moet meer worden getest in Nederland. Maar hoe?

Het is absurd om iedereen te gaan testen. Dat hebben ze zelfs in Zuid-Korea niet gedaan en dat leidt bovendien de aandacht af van wat nu prioriteit verdient binnen de gezondheidszorg. Als we de verdubbelingstijden mogen geloven zijn er over twee tot drie weken in Nederland meer dan duizend patiënten met ARDS (Acute Respiratory Distress Syndrome): mensen die door corona niet meer op eigen kracht kunnen ademen.

Testen op corona is niet iets dat de assistente van de huisarts even in de keuken van de huisartsenpraktijk doet, dat moet naar een officieel laboratorium, met formulieren in drievoud. Zoiets belast de hele gezondheidszorg. En die is al niet ruim bemeten, zo blijkt uit weer een andere somber stemmende statistiek die bij de coronacrisis boven water komt drijven. In vergelijking met andere welvarende landen heeft Nederland weinig IC-bedden per hoofd van de bevolking. Binnen Europa staan we op positie nummer 27, met alleen Finland, Griekenland, Zweden en Portugal onder ons.

Niet alle mensen met een kuchje testen dus. Wel een uitgebreide steekproef, zoals viroloog Jaap Goudsmit gisteren voorstelde bij het tv-programma Op1. Zowel met de bestaande tests (de zogeheten PCR-methode) die meten of mensen met het virus in aanraking zijn geweest als met tests die meten wat voor antistoffen mensen tegen het virus hebben en in hoeverre ze dus al bijdragen aan de zo gewenste kudde-immuniteit. Die tweede serie tests wordt nu ontwikkeld en is bijna gebruiksklaar.

Er wordt de komende maanden voor tien tot twintig miljard aan steun uitgedeeld om de economische gevolgen van de coronacrisis te verzachten. Terecht. Chapeau ook dat het kabinet de afgelopen jaren zoveel geld opzij heeft gezet dat dit mogelijk is. Bovenop dit immense bedrag moet 25 miljoen euro kunnen worden vrijgemaakt voor een gedegen epidemiologisch en virologisch onderzoek naar deze rare ziekte, waarvan we nog steeds te weinig begrijpen.

Nederland heeft virologen van wereldfaam, die hebben gepubliceerd in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften als Nature en Science en daardoor onomstreden zijn: Jaap Goudsmit, Ab Osterhaus en Marion Koopmans. Geef hen die pot geld en laat ze uitzoeken welke patiënten besmettelijk zijn. Dat kan in Brabant. Dat heeft als gevolg van het carnaval net zo’n interessante onderzoeksgroep als de Amsterdamse gay scene waar Goudsmit, Roel Coutinho en anderen 35 jaar geleden hun wereldberoemde cohortstudie naar aids opzetten.

Vragen te over. We willen weten hoe lang het duurt voor er kudde-immuniteit is. We willen weten hoe gemeen het virus nu eigenlijk is. Ja, ergens tussen een gewone griep (ook die vergt elk jaar duizenden doden in Nederland) en tussen de Spaanse griep van 1918. Maar waar precies?

We willen het weten. Dus moeten we meten.

 

De gezonde mensen moeten (gedoseerd) ziek worden ter bescherming van de kwetsbaren (17 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 5

Er is nog geen beschermend vaccin tegen het coronavirus. Daar wordt hard aan gewerkt, op verschillende plaatsen in de wereld, door overheidsinstituten zowel als de (vaak vermaledijde maar nu gekoesterde) farmaceutische industrie, maar het zou een godswonder zijn wanneer er aan het eind van het jaar of begin 2021 al een vaccin zou zijn.

De onaangename waarheid is dat we tot aan die tijd niet zo veel tegen het virus kunnen doen. Het is een volslagen nieuw virus. Een van de talloze die van dieren naar de mens zijn overgestapt – iets dat al duizenden, honderdduizenden jaren gebeurt – en de mensheid elke keer weer verrassen. Niemand in de wereld heeft weerstand tegen het virus en de beste manier waarop we dit virus tegemoet kunnen treden, is gecontroleerd ziek worden. Niet allemaal tegelijk want dan kan de gezondheidszorg het niet aan maar gedoseerd.

Een beetje ziek is gezond. Dat is het wezen van een vaccinatie. Je lichaam wordt blootgesteld aan een minuscule dosis ziekteverwekker – ‘levend’, kreupel gemaakt, of onderdelen ervan (eiwitten). Daardoor stelt de menselijke afweer zich in op de nieuwe ziekteverwekker. Het leert om de indringer te herkennen en om alvast fabriekjes in gereedheid te brengen ter verdediging. Dit vaccinatieproces gaat gepaard met lichte, nauwelijks merkbare ziekteverschijnselen, het duurt ongeveer een week en dan kan het lichaam een volgende keer wel snel reageren als de ziekteverwekker in kwestie echt aanvalt, in grote hoeveelheden en in vol ornaat.

Ook bij de aanpak waarvoor Nederland nu kiest – niet het hele land op slot maar laat het virus gecontroleerd toe – wordt voor dezelfde strategie gekozen: een beetje ziek is gezond. Het land, een regio of een dorp op slot gooien, klinkt wel heel erg stoer (‘wij willen ook een lockdown’), maar dat werkt niet goed bij elke ziekteverwekker. Het werkt bij Ebola, zo hebben we de afgelopen jaren in verschillende Afrikaanse landen geconstateerd. Als je een regio met Ebola een paar maanden volledig van de wereld afsluit, is na afloop de ziekte bedwongen. Maar Ebola-slachtoffers zijn buitengewoon zichtbaar. Er komt bloed uit al hun lichaamsopeningen, ze voelen zich ellendig en ze hebben helemaal geen zin om op te staan en in een bus dan wel vliegtuig te stappen. Om zo’n ziekte kun je een hek zetten.

Dat lukt veel minder goed bij griep, verkoudheid en aanverwante ziekten zoals corona. Infectiebestrijding is geen one size fits all. De mensen die het coronavirus dragen zijn lang zo zichtbaar niet als bij Ebola en ze weten vaak ook niet dat ze virus verspreiden. Verder zijn de vervoermiddelen waar het virus gebruik van maakt – restjes snot, slijm op handen en deurknoppen en hoestdruppeltjes in de lucht – onzichtbaar. Zodra de lockdown wordt opgeheven, het hek weer open gaat, gaat de pandemie verder waar hij was gebleven.

En dus is de oplossing ‘kudde-immuniteit’: gedoseerd ziek worden. We weten uit het verloop van de epidemie zoals we die in Nederland hebben (in elk land lijkt het ziekteverloop net een beetje anders) dat tachtig procent van de mensen die besmet raken met het coronavirus daar niet zo veel last van heeft: een beetje keelpijn, wat hoesten en een lichte verkoudheid. Dit zijn de gezonde volwassenen en als ze eenmaal ziek zijn geweest, kunnen ze de zwakke en oude medemens niet meer besmetten. Dat is het wezen van kudde-immuniteit.

Even bij wijze van intermezzo: kudde-immuniteit is ook het proces waar de mensen van profiteren die hun kinderen niet willen laten inenten tegen de mazelen of andere kinderziekten. U weet wel, omdat ze van de buurvrouw hebben gehoord of op een ‘betrouwbare’ website hebben gelezen dat er gif in zo’n vaccin zit en je kind er autistisch van kan worden. Het is flauwekul maar het kan geen kwaad als de rest van de bevolking (de ‘kudde’) wel immuun is en de ziekteverwekker in kwestie niet verspreidt. Bij mazelen en andere kinderziekten krijg je zo’n kudde-immuniteit als 90 tot 95 procent van de bevolking wél is ingeënt. Daarom wordt kudde-immuniteit ook wel het free rider-effect genoemd. De mensen die hun kinderen niet laten inenten, profiteren van een collectieve voorziening zonder bij te dragen aan de instandhouding daarvan.

Bij corona willen we graag dat kwetsbare mensen – tachtigplussers, mensen met onderliggende ziekten of met een verminderd afweerstelsel – van de collectiviteit profiteren. Zij mogen schuilen in de kudde. Het lijkt er op dat de 90 tot 95 procent die nodig is om ongevaccineerden tegen mazelen te beschermen bij corona niet hoeft en wellicht al met 60 procent kan worden volstaan.

Kwetsbare mensen kunnen een coronapandemie overleven, mits ze maar niet met teveel virus worden gebombardeerd. Dat krijgt hun afweerstelsel niet weggewerkt. Dus als iedereen aan het hoesten en proesten is, zoals nu, in de beginfase van een pandemie, moeten kwetsbare mensen zoveel mogelijk afgeschermd worden. Maar als na een paar weken of maanden de meeste gezonde mensen de ziekte onder de knie hebben, is er kudde-immuniteit en circuleert er veel minder virus in de samenleving.

Kiezen voor kudde-immuniteit zal ongetwijfeld tot gevolg hebben dat ook sommige jonge en gezonde volwassenen op de intensive care belanden, maar er valt helaas niet zoveel te kiezen. En dus moeten de gezonde mensen nu gedoseerd ziek worden, ter bescherming van de medemens.

 

Corona valt (enigszins) te vergelijken met de Aziatische griep uit 1957 en 1958 (16 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 4

De coronapandemie ontwikkelt zich ernstiger dan veel mensen (mea culpa) enkele weken geleden nog dachten. Het roept de vraag op met welke eerdere pandemieën deze corona-uitbraak valt te vergelijken.

Om te beginnen, corona is een volslagen nieuw virus waar niemand nog weerstand tegen heeft. De geschiedenis biedt daar gruwelijke voorbeelden van. Het meest extreme is de introductie van mazelen bij de inheemse bevolking van Noord- en Zuid-Amerika (de ‘indianen’ en de Inuit, ‘eskimo’s’) in de negentiende en twintigste eeuw. Toen stierf binnen enkele maanden 20 tot 40 procent van de bevolking, niet alleen oude en zwakke mensen maar ook jonge en gezonde.

Het ligt meer voor de hand om corona te vergelijken met griep. De virussen zijn enigszins verwant en verspreiden zich op dezelfde manier, via restjes snot op de handen en hoestdruppeltjes. Griep slaat elk jaar toe maar er zijn in de afgelopen honderd jaar vier extra gemene geweest: 1918 en 1919 (de Spaanse griep), 1957 en 1958 (de Aziatische), 1968 en 1969 (de Hongkonggriep) en 2009 (de Mexicaanse).

We weten niet precies hoeveel mensen bij de Spaanse griep om het leven kwamen. De laagste schatting is 17 miljoen, de hoogste 100 miljoen. Als we 50 miljoen aanhouden was dat 2,7 procent van de toenmalige wereldbevolking (ruim twee miljard). In Nederland zijn destijds naar schatting 30.000 mensen gestorven met misschien nog eens zo’n getal door longontsteking als complicatie. Niet alleen ouderen maar alle leeftijdscategorieën, binnen enkele dagen of weken. Reinold Vugs beschreef de gevolgen van de Spaanse griep in Nederland in Griep! uit 2005: ‘ontwrichte gezinnen, gesloopte gemeenschappen, een algemeen heersend gevoel van machteloosheid en radeloosheid.’

Corona valt niet te vergelijken met de Spaanse griep. Dat blijkt uit het sterftepercentage (CFR, case fatality rate). Dit is het deel van de besmette mensen die daaraan sterft. Het geeft een goed beeld van hoe gevaarlijk een ziekteverwekker is. Welnu, er wordt geschat dat in 1918 en 1919 een kwart tot een derde van de wereldbevolking ziek is geworden. Wie met deze cijfers gaat rekenen (bij een wereldbevolking die toen ruim twee miljard bedroeg) komt op een sterftecijfer van tussen de vijf en de vijftien procent.

Op het eerste gezicht lijkt het alsof corona daarbij in de buurt komt. Er zijn immers (cijfers van 16 maart) 109.578 bevestigde gevallen en 3.809 doden, ofwel een wereldwijd sterfterisico van 3,48 procent. Maar dit cijfer zet je op het verkeerde been, omdat er nog maar weinig is getest. Er lopen veel mensen met corona rond die daar weinig van merken en daarom niet worden getest. In China waar wel veel is getest (net als in Zuid-Korea), is het sterftecijfer gezakt tot 0,7 procent en zal vermoedelijk nog lager worden.

In Nederland hebben officieel ruim duizend mensen de ziekte opgelopen, waarvan er (stand op 15 maart) 20 zijn overleden. Dit suggereert dat de ziekte hier een sterfterisico van 2 % zou hebben. Maar ook hier worden mensen met een verkoudheid, keelpijn en lichte koorts ten gevolge van corona niet getest, om de gezondheidszorg niet te overbelasten. De GGD schatte op 15 maart het totale aantal besmettingen in Nederland op 6.000. Als die schatting klopt, daalt het sterfterisico zelfs tot 0,3 à 0,4 procent.

Ter vergelijking, het sterfterisico van de gewone griep is tussen de 0,1 en de 0,2 procent. Dit betekent dat corona dus twee tot drie keer zo gemeen zou zijn als de gewone griep. Het virus dat voor de Spaanse griep tekende was volgens betrouwbare berekeningen op de website Our World in Data ongeveer 180 maal zo gemeen als de gewone griep.

Corona lijkt meer op de Aziatische griep uit 1957 en 1958. Toen zijn wereldwijd tussen de 1,5 en de 4 miljoen mensen gestorven en in Nederland 1.500. Ter vergelijking, in een normaal griepjaar overlijden er ongeveer 400.000. De Aziatische griep was dus drie tot tien maal zo gemeen als de gewone griep. Een serieus verschil met nu is wel dat toen niet alleen de alleroudsten maar ook de allerjongsten (onder de vijf jaar) stierven. Bij corona is er vrijwel geen sterfte onder de 30 jaar en zit de meeste sterfte boven de 60.

Conclusie: de corona-uitbraak heeft de kenmerken van een zware grieppandemie. In de verste verte niet zo erg als de Spaanse griep, meer als de Aziatische griep uit 1957 en 1958.

Toelichting: De meeste cijfers komen van de website Our World in Data, het fragment over mazelen en de oorspronkelijke bevolking van Amerika uit mijn boek Vaccinatie (2014).

 

En dan te bedenken dat het corona-virus eigenlijk niet leeft (15  maart 2020)

Coronajournaal aflevering 3

Officieel voldoet een virus niet aan de biologische definities van ‘leven’. Een daarvan is immers dat een levend wezen zich zelfstandig kan voortplanten. Dat kan een virus niet. Een virus heeft daarvoor een gastheer nodig en dat is de lichaamscel van alle andere wezens die wél leven. Er zijn dus plantenvirussen, dierlijke virussen, virussen die op gistcellen leven, die een voorkeur voor schimmels hebben of zich in bacteriën voortplanten (zogeheten bacteriofagen).

Toen ik bijna 35 jaar geleden als wetenschapsredacteur overstapte van NRC Handelsblad naar Elsevier en daar ook over infectieziekten ging schrijven dacht ik dat virologen en medici die definitie eigenlijk niet helemaal serieus namen. Dat ze heus wel wisten dat virussen gewoon levende wezens zijn maar voor de vorm zeiden dat ze niet leven.

Dat veranderde toen ik in 1987 in Parijs Luc Montagnier interviewde, de Franse viroloog die het aidsvirus hiv ontdekte en daar 21 jaar later de Nobelprijs voor kreeg. Ik dacht, hij zal het eindelijk onomwonden zeggen: natuurlijk leeft een virus, die officiële biologische definitie is eigenlijk iets uit de negentiende eeuw en achterhaald. Dit is wat hij antwoordde:

‘Een virus is geen levend iets maar een stukje genetische informatie, beschermd door eiwitten en uitgerust om cellen aan te vallen. U kunt het virus vergelijken met een bandje van een videorecorder. Het is een voorbespeelde cassette, maar om het enige zin te geven, moet je het ergens in stoppen. De videorecorder dat is de cel die de informatie op de cassette leest. En die informatie luidt: reproduceer mij.’

Even voor alle duidelijkheid, voor de mensen die niet meer weten wat een videocassette was: zoiets als een cd of een dvd. Oh nee, er zijn inmiddels mensen die ook niet meer weten wat een cd of een dvd was. Dus laten we het houden op een usb-stick.

In die zin is het virus de ultieme parasiet. Het beestje annex ding kan niets, behalve zijn gastheercel misbruiken als een afspeel- en kopieermachine.

 

Bacteriofaag

 

Een virus is wezenlijk anders dan een bacterie. Ook de medicijnen waarmee wij bacteriën doden (antibiotica) werken niet tegen virussen. Een virus is allereerst tien tot honderd keer maal zo klein. De verhouding tussen virus en bacterie is ongeveer even groot als die tussen een mug en een mens. Omdat een virus zo klein is, kon het ook heel lang niet met een microscoop worden gezien of met filters worden tegengehouden. Door dat laatste zijn ze trouwens ook ontdekt. De Delftse hoogleraar microbiologie Martinus Willem Beijerinck (1851-1931)was op zoek naar de verwekker van een bepaalde plantenziekte en merkte dat filters die de kleinste bacteriën tegenhielden zijn ziekteverwekker toch doorlieten en noemde die onbekende substantie ‘gif’ en dan op zijn Latijn: virus.

Dat er een wereld van verschil zit tussen bacteriën en virussen drong ook tot me door toen ik in 1992 een keer met viroloog Ab Osterhaus zat te praten over infectieziekten en ik per ongeluk begon over een exotische ziekte die door een bacterie werd veroorzaakt. Het was een geanimeerd gesprek, maar opeens hortte het: ‘Van bacteriën weet ik niets’. Oeps, een verkeerde deur geopend en op een andere planeet beland.

Toen ik vervolgens doorging over de vraag of virussen nu wel of niet leven, wees Osterhaus me er eerst op dat er ook nog ziekteverwekkers bestaan die nog uitgekleder, nog simpeler zijn dan virussen: de eiwitdeeltjes (prionen geheten) die de gekkekoeienziekte en een variant van de hersenziekte Creutzfeldt-Jakob veroorzaken. Met andere woorden, de grens tussen levende en niet-levende natuur is niet scherp te trekken. ‘De vraag of virussen leven of niet, is irrelevant. Een domme vraag.’

Ofwel, virussen zijn bizarre dingen op de grens van leven en dood. Het was alweer een Delftse hoogleraar microbiologie, Albert Jan Kluyver (leerling van Beijerinck), die dat in 1937 fraai formuleerde in een palindroom (een woord dat je kunt omkeren zoals pop en Reinier): ’s levens nevels. Mysterieuze sliertjes in de marge van de natuur.

 

Toelichting: Het citaat van Luc Montagnier komt uit mijn boek ‘Aids – de jacht op een virus’ uit 1990. Dat van Ab Osterhaus stond op 25 januari 1992 in Elsevier en valt ook terug te lezen in mijn boeken ‘Gesprekken met Grote Geleerden’ en ‘Vertrouwen in de wetenschap’. Mijn eerste corona-journaal, van vrijdag 13 maart ging over de hypothese dat het virus inmiddels milder is geworden. Mijn tweede, van zaterdag 14 maart over de solidariteit tussen jong en oud. In beide journaals heb ik inmiddels onjuistheden hersteld en onduidelijke formuleringen verbeterd.

 

Corona stelt de solidariteit tussen jong en oud (‘de boomers’) op de proef (14 maart 2020)

Coronajournaal aflevering 2

Het coronavirus doodt oude, zieke en zwakke mensen wel maar jonge en gezonde mensen niet of nauwelijks. Dat blijkt uit alle cijfers. In mijn corona-journaal van gisteren gaf ik al het advies om de Volkskrant – en dan vooral de stukken van wetenschapsredacteur Maarten Keulemans – te volgen, omdat die met kop en schouders boven de rest uitsteken. Gisteren kwam Keulemans (geassisteerd door Serena Frijters voor de data-analyse) met vijf grafieken, gebaseerd op cijfers van de Chinese gezondheidsdienst (CDC). Kijk naar de derde grafiek, met als kop ‘Sterfterisico het hoogst onder ouderen’. Daaruit blijkt dat van de besmette Chinezen onder de vijftig jaar minder dan één procent stierf, maar van de besmette Chinezen boven de tachtig jaar ongeveer vijftien procent overleed. Er was in China zelfs geen enkel corona-sterfgeval onder de 10 jaar.

De situatie in Zuid-Korea is vergelijkbaar. Van de Koreaanse doden is maar liefst 87 procent boven de 60 en nul procent beneden de 30.

Dat komt niet omdat het coronavirus een voorkeur zou hebben voor oudere mensen. Het coronavirus heeft geen ogen of andere zintuigen. Wel heeft het een soort pootjes waarmee het zich aan lichaamscellen kan vastklampen en die kan binnengaan. Het verspreidt zich via uitgehoeste druppeltjes en welke lichaamscel het virus ook tegenkomt, van een bejaarde dan wel een kerngezonde topsporter, het probeert die cel te enteren. Het zou me zelfs niet verbazen wanneer jonge mensen meer van dergelijke virusrijke hoestdruppeltjes of restjes slijm die op handen zijn achtergebleven binnen krijgen dan oude mensen, al is het alleen maar omdat ze meer sociale contacten hebben. Het enige verschil is dat jonge mensen een betere afweer tegen ziekten hebben dan oudere mensen, net zoals bijna alles bij jongere mensen beter op orde is.

Treft het virus bovenal de ouderen, de maatregelen om de corona-pandemie in te perken maken geen onderscheid tussen leeftijdscategorieën. Iedereen met een loopneus moet thuisblijven, niet alleen de bejaarden. Iedereen heeft een derde van zijn op de beurs belegde spaarcentjes zien verdampen, niet alleen de ouderen. Iedereen wordt getroffen door vliegverboden, het sluiten van musea en voetbalstadions, niet alleen de zieken, zwakken en ouden van dagen.

En dus doet het coronavirus een beroep op de intergenerationele solidariteit. Jonge en sterke mensen worden getroffen door maatregelen die nauwelijks hun eigen gezondheid zullen baten. Ze moeten het doen voor de oudere medemens.

Dat is vandaag de dag niet vanzelfsprekend. Misschien wel in de Derde Wereld, in Azië of Afrika, maar niet meer in het rijke Westen. Weet u nog, die ‘ok boomer’ uitspraak? Denigrerend bedoeld voor ouderen (babyboomers), vorig jaar uitgesproken door een parlementariër in Nieuw-Zeeland die tijdens een rede werd onderbroken door een oudere collega. De uitspraak ging als een virus de wereld over en openbaarde ergernis bij jonge mensen over ouderen die hen een opwarmende en vervuilde wereld zouden hebben nagelaten en hun erfenis over de balk gegooid.

Ook in het klimaatdebat is er de afgelopen twee jaar zo’n kloof geweest. Jonge mensen zijn er gemiddeld vaker dan ouderen van overtuigd dat de aarde opwarmt door toedoen van de mens en geloven meer in het nut van streng klimaatbeleid. Dat ouderen daar soms anders over denken, roept irritatie op. Zelfs de doorgaans nuchtere (en jonge) NRC-columniste en microbiologe Rosanne Hertzberger schreef over twee oudere mannen met een klimaatstandpunt waar ze het niet mee eens was: ‘Ik vertrouw ze voor geen cent. Zij zijn straks hartstikke dood, terwijl mijn jongens het einde van de eeuw gaan meemaken.’

Dat kan de komende weken nog wel eens gaan escaleren. Ik hoorde de afgelopen dagen in elk geval al twee keer een jongere iets zeggen in de trant van: ‘Het hele land gaat straks op slot, mijn baan wordt bedreigd, ik kan niet meer gaan stappen, en dat allemaal voor een stelletje bejaarden die anders toch een of twee jaar later zouden sterven.’

 

Disclaimer: Ik ben geen arts, laat staan een viroloog. Wel heb ik als wetenschapsjournalist (en opgeleid als chemicus) sinds 1986 veel over ziekteverwekkers gepubliceerd. Dat begon met aids, waarover ik destijds mijn vingers blauw heb geschreven. Ook daarna heb ik de opkomst van diverse infectieziekten op de voet gevolgd: de Mexicaanse griep, Sars, Ebola. Ik heb veel virologen en epidemiologen geïnterviewd in de loop der jaren.

Ik constateer dat er over het coronavirus een hoop onzin wordt verkondigd door mensen die er weinig tot niks van afweten. Daarom denk ik op basis van mijn kennis en ervaring wat toe te kunnen voegen en ik zal dat dan ook op mijn website, in de vorm van mijn blog Simon Says, met enige regelmaat doen de komende tijd. Gisteren ging mijn corona-journaal over de vraag of het coronavirus misschien inmiddels wat milder is.

 

Dat virus heeft er geen belang bij om ons te doden (13 maart 2020)

Even ter toelichting: sinds 1986 heb ik als wetenschapsjournalist veel over ziekteverwekkers gepubliceerd in Elsevier. Dat begon met aids, waarover ik destijds mijn vingers blauw heb geschreven. Het resulteerde uiteindelijk ook in twee boeken: Aids – de jacht op een virus uit 1990 (uitgegeven door Natuur en Techniek, dat tegenwoordig de Nederlandstalige editie van New Scientist is) en Blus de Brand uit 1996, geschreven in opdracht van het Aidsfonds.

Ook daarna heb ik de opkomst van diverse infectieziekten op de voet gevolgd: de Mexicaanse griep, Sars. Ik heb veel virologen en epidemiologen geïnterviewd in de loop der jaren – zie ook mijn boeken Gesprekken met Grote Geleerden en Vertrouwen in de wetenschap. Ook schreef ik in 2014 het boek Vaccinatie, het tweede deel in de serie Elementaire deeltjes van Amsterdam University Press (AUP). NRC-columniste en microbiologe Rosanne Hertzberger twitterde dat ze dit ‘het beste Nederlandstalige boek’ over dit onderwerp vond, ‘vol essentiële informatie’. (Zie ‘Boeken’).

Ik constateer dat er over het coronavirus behoorlijk wat verwarring is plus dat er een hoop onzin over wordt verkondigd door mensen die er weinig tot niks van afweten. Gelukkig verschijnen er ook uitstekende stukken in de media: vooral de dagelijkse verslaggeving in de Volkskrant (chapeau voor Maarten Keulemans) is van hoog niveau. Toch denk ik op basis van mijn kennis en ervaring wat toe te kunnen voegen en zal dat dan ook op mijn website, in de vorm van mijn blog Simon Says, met enige regelmaat doen de komende tijd. Om te beginnen de vraag of het coronavirus misschien inmiddels wat milder is.

 

Coronajournaal aflevering 1

Bacteriën en virussen hebben er geen belang bij om mensen te doden. Wij zijn hun gastheren en gastheren kun je beter in leven laten. Ook voor ziekteverwekkers (of het nu een bacterie dan wel een virus betreft) geldt de darwinistische evolutie: degene met de meeste nakomelingen overleeft.

Het klinkt paradoxaal, omdat een virus ‘dood’ heet te zijn, maar voor een virus gaat deze regel misschien nog wel sterker op. Veel virussen zijn notoir slordig bij de voortplanting en dat geldt vooral voor de RNA-virussen waartoe de verkoudheids-, griep- en corona-virussen behoren. Wij mensen hebben als erfelijkheidsmolecuul DNA. Dat is een dubbele wenteltrap en dit is een tamelijk stabiele constructie, niet alleen in mechanisch maar ook in genetisch opzicht. Ook in ons DNA ontstaan regelmatig foutjes (mutaties), bijvoorbeeld door zonlicht of door roken, maar dat is van een geheel andere orde dan in RNA.

RNA is een enkelvoudige wenteltrap en veel minder stabiel. Mede als gevolg daarvan muteren RNA-virussen zich suf. Dat is een van de redenen dat er elk jaar weer verschillende griepvirussen zijn, waar wij geen weerstand tegen hebben. Virussen evolueren razendsnel. In dagen, weken kan er opeens een nieuw virus zijn dat het beter doet dan het oude virus. Ter vergelijking: bij de mens hebben mutaties al gauw een paar duizend jaar nodig hebben om zich te verspreiden. Denk aan de mutaties die hebben geleid tot een lichte huidskleur (onze verre voorouders kwamen uit Afrika en waren zwart) of het vermogen om melk (lactose) te verteren.

Bijna alle ziekteverwekkers uit het verleden waren aanvankelijk veel gemener dan later. Syfilis was gruwelijk en levensbedreigend in de zestiende en zeventiende eeuw maar is nu hoogstens irritant. Niet alleen omdat wij nu medicijnen hebben maar ook omdat de syfilisbacterie eieren voor zijn geld heeft gekozen. Niet omdat hij beschikt over een intelligentie (alhoewel je daar een aardige filosofische boom over kunt opzetten) maar omdat de syfilisbacteriën die door mutaties hun gastheren in leven lieten meer nakomelingen hebben gekregen dan hun meer moordlustige voorouders.

En dan nu mijn hypothese.  Bij de Nederlandse epidemie schijnen er veel mensen te zijn, zo bleek uit onderzoek in Noord-Brabant, die besmet waren zonder dat ze al te veel last hadden. Voor mensen boven de 80 en voor mensen met een slechte gezondheid (kankerpatiënten die bestraald worden) is ons coronavirus levensgevaarlijk maar zoals het er nu naar uitziet, voor de anderen niet.

Met andere woorden, het zou me niet verbazen als het coronavirus dat wij hier in Nederland hebben door mutaties inmiddels een milder virus is geworden dan het Chinese (en misschien zelfs Italiaanse) virus.