Categorie: Blog

Simon Says:

Nee, die oorlog is nog lang niet afgelopen.

Een jaar na de Tweede Wereldoorlog schreef Gerard van het Reve ‘De ondergang van de familie Boslowits’. In het dunne boekje – meer een lang verhaal eigenlijk – wordt terloops beschreven hoe een familie waarmee de Reves bevriend waren voor en tijdens de oorlog in de problemen komt. Reve noemt nergens het woord ‘Jood’ en maakt ook niet expliciet duidelijk waarom deze familie uiteindelijk uit Amsterdam verdwijnt, maar het boek is beklemmend.

In ‘De Bokser’, de biografie die Marcel Haenen in 2018 schreef over Max Moszkowicz, wordt de dreiging wel benoemd. De Duitsers hadden het liefst alle Joden willen vermoorden. Dat het niet lukte bij Max Moszkowicz is een wonder. Haenen, verslaggever bij NRC Handelsblad, beschrijft hoe het ouderlijk gezin van de man die later een bekende Nederlander zou worden vanuit Polen in Maastricht belandt en vervolgens weer terug moet naar Polen. Hij doet dat feitelijk, goed gedocumenteerd en zonder mooischrijverij, waardoor het boek je regelmatig in het middenrif raakt als een bokser – een van de trucs die Moszkowicz gebruikte om Auschwitz te overleven.

Tussen de boeken over Boslowits en Moszkowicz zit meer dan zeventig jaar. Het verbazingwekkende is dat de Nederlandse boeken over de Tweede Wereldoorlog eerder meer dan minder beklemmend lijken te worden.

Je zou zeggen dat de oorlog zo langzamerhand is afgelopen maar het tegendeel is waar.

Vlak na de oorlog lijkt het nog niet helemaal door te dringen wat voor gruwelijks de Duitsers allemaal hebben uitgehaald. Dat merk je niet alleen bij Reve maar ook bij Willem Frederik Hermans. Die schreef in 1946 ‘De bittere tranen der acacia’s’ en in 1958 ‘De donkere kamer van Damocles’ – dat gebaseerd was op de dubbelspion Anton van der Waals, die tijdens zijn proces beweerde dat hij een dubbelganger had die alle vreselijke dingen had gedaan, hij zelf was onschuldig.

Die boeken van Hermans waren mooi geschreven en niet zo expliciet in het benoemen van het kwaad. Als de afstand tot de oorlog toeneemt, wordt dat anders. Zo inspireerde dezelfde Van der Waals Auke Kok in 1995 tot ‘De Verrader’, waarin het beeld oprijst van een ongekende bedrieger en smeerlap.

En de afgelopen tien jaar is er een hele reeks aan indringende oorlogsboeken verschenen. Ik leende een paar jaar geleden ‘De Vergelding’ van Jan Brokken – over verzet en heulen met de vijand in Rhoon, een dorp ten zuiden van Rotterdam – uit aan mijn vader, een voormalig verzetsstrijder. Hij zei: wil je dat nooit meer doen, Simon, me zo’n boek laten lezen? Hij had nachten lang niet kunnen slapen.

Je zou denken dat de stroom zo langzamerhand moet gaan opdrogen. Er is immers bijna niemand meer in leven die de oorlog heeft meegemaakt. Een jaar of tien geleden heb ik mijn kinderen met aanhang meegenomen voor een dagje oorlog. Mijn toen 90-jarige vader vertelde bij het graf van zijn broer Koen op de erebegraafplaats in Overveen hoe deze door de Duitsers standrechtelijk is geëxecuteerd en toonde de plek in Berkel en Rodenrijs waar hij zelf op de vlucht voor de Duitsers door een heg heen dook, terwijl zijn klompen bleven staan. Ik merkte aan die twintigers hoe de oorlog waar ze zoveel op school over hadden gehoord opeens naar binnen kwam. Het was wat historici de historische sensatie noemen. Dat kon alleen mijn (inmiddels overleden) vader.

Het vreemde is dat de oorlogsboeken er bij gebrek aan ooggetuigen toch niet minder op worden. Marcel Haenen kon voor zijn biografie Max Moszkowicz zelf niet meer spreken. Die leeft weliswaar nog maar kan sinds een beroerte niemand meer te woord staan. Soms zijn kinderen van ooggetuigen al voldoende, toont Jan Brokken aan met ‘De rechtvaardigen’. Dat boek – thans ook in de boekwinkel – gaat over een ten onrechte vergeten Nederlander (Jan Zwartendijk, topman van Philips in Litouwen en tevens consul daar). Zwartendijk is al in 1976 overleden en heeft tijdens zijn leven nooit de eer gekregen die hij verdiende. Hij krijgt dat nu postuum van Brokken.

Dat is wel een mooie gedachte. Zolang wij het willen, sterft het verleden nooit.